REVIEWGryphon

The Gryphon Essence: muziek luisteren, plaats in de markt en conclusie

The Gryphon Essence: testomgeving

De Nederlandse importeur van The Gryphon is ook de importeur van de kabels van de Amerikaanse kabelmaker Nordost en had om die reden de nodige kabels meegeleverd. De Essence Pre en de Essence Stereo Power zijn met elkaar verbonden via XLR-kabels van het type Valhalla 2 Reference. De Essence Pre is “kaal”, d.w.z. heeft geen DAC-module of phono-module aan boord. Een Wadia 321 DAC levert muzieksignaal aan de Essence Pre, ook via een set XLR-kabels van het type Valhalla 2 Reference. De Wadia 321 Dac krijgt WAV-bestanden gevoerd afkomstig van bitperect geripte cd's. De luidsprekerkabels zijn van het type Tyr 2.

De gebruikte kabels van Nordost zijn zonder uitzondering kostbaar, heel mooi geconstrueerd en van zeer hoge kwaliteit. Deze recensie gaat echter over de versterkers van The Gryphon en we hebben geen kabels gewisseld om een vergelijking tussen kabels te maken. We laten de kabels dan ook verder buiten beschouwing, behalve dat we willen opmerken dat de kabels in elk geval hoegenaamd geen beperkende factor zijn in de hele opstelling.

De Essence Stereo Power levert via de Tyr 2 kabels stroom aan elektrostatische luidsprekers van het Britse Quad type ESL63. De altijd in de luisterruimte aanwezige set versterkers van het Amerikaanse Pass Labs wordt uitgeschakeld en afgekoppeld (dit zijn overigens ook klasse A versterkers). De luisterruimte is een gewone woonkamer. Nou ja, niet helemaal gewoon, want de muur achter de luidsprekers is voorzien van twee grote akoestische panelen. De ESL63 is een dipool luidspreker en het geluid naar achteren wordt grotendeels gedempt door de akoestische panelen waardoor de muur veel minder geluid terugkaatst. Het resultaat is een verregaande vermindering van galm en versmering (met versmering duiden we het verschijnsel dat terugkaatsend geluid met een kleine vertraging wordt samengevoegd met voorwaarts gericht geluid).

De Essence Pre is voorzien van een fraaie en degelijke metalen ergonomisch vormgegeven IR-afstandbediening. We gaan zitten en muziek luisteren.

The Gryphon Essence: de essentie van klasse A, alles compleet, in balans en niets meer te wensen

Voorts blijkt de volumeregeling van de Essence Pre voorbeeldig te werken. Voor veel versterkers, – ook voor dure modellen – geldt dat resolutie en (stereo)breedte iets (of iets meer) kunnen inzakken bij een laag volume. Als details wegvallen, ontstaat soms de neiging om het volume open te draaien om details te kunnen waarnemen. De Essence Pre geeft echter ook bij lage volumes een kamerbrede klank met behoud van details. Het volume hoeft niet hoog te staan om details te horen. En, hoe klinkt het dan? De Essence Stereo Power kan een vermogen van 50 Watt aan acht Ohm leveren. Is dat voldoende? Voordat we een poging gaan doen om de klank te beschrijven, willen we opmerken – zoals we al veel vaker hebben opgemerkt – dat 50 Watt ruim voldoende is, ook in een wat grotere luisterruime. De ESL63 heeft een rendement dat aan de lage kant genoemd mag worden, maar de luidspreker kwam niets tekort. We hebben het volume een paar keer op standje 25 gezet (45 is maximaal), maar 25 is zodanig luid dat we het volume na enkele minuten noodgedwongen weer wat moesten verlagen. Het volume stond gedurende de hele testperiode ergens tussen standje 12 en 20. Dus ja, 50 Watt per kanaal is ruim voldoende.

Laten we maar meteen met de deur in huis vallen en naar de conclusie springen. De Essence Pre en Stereo Power zijn op afstand de beste versterkers die de afgelopen jaren in de luisterruimte hebben mogen logeren. De laagweergave is fenomenaal. De ESL63 wordt in een ijzeren houdgreep genomen. De controle van de lage tonen is ongekend goed. De hoge dempingfactor zal ongetwijfeld een positieve rol spelen. Sommige eindtrappen trachten indruk te maken met iets aangezette lage tonen of zelfs (te) veel lage tonen. De Essence Stereo Power valt op door zijn buitengewoon hoge controle en de welhaast onuitputtelijke reserves die klaar staan om zonder enige vertraging bij te springen als de muziek daarom vraagt. Capacitieve belastingen (lees: elektrostatische luidsprekers) kunnen een uitdaging vormen voor een eindtrap, maar de Essence Stereo Power heeft er geen moeite mee, ongeacht het aangeboden toongebied. Dit is stabiliteit en controle op het allerhoogste niveau.

We spelen “The Moor” van de Zweedse band Opeth, het eerste nummer van het album Still Life. Een akoestische en een elektrische gitaar komen rustig spelend vanuit een doodstille achtergrond heel langzaam naar boven. De eerste seconden van dit nummer vormen voor veel audiocomponenten – zowel versterkers als luidsprekers – een uitdaging. In veel gevallen is er de eerste paar seconden niets te horen. De Essence-set heeft een zodanige resolutie dat de muziek meteen is waar te nemen, vanaf de eerste seconde, ondanks het bij aanvang zeer lage volume. Bij ongeveer 1:50 min is de fade-in compleet en neemt een akoestische gitaar de melodielijn over, even later ondersteund door enkele noten van een basgitaar. De dreiging wordt opgevoerd. Bij 2:30 min. springt de rest van de band bij. Opeth wisselt in zijn oeuvre lieflijk klinkende akoestische passages af met passages waarbij de gitaarversterkers volledig staan opgedraaid – begeleid door de drummer die een gecoördineerde set onweersklappen de zaal in slingert – en de luisteraar aldus op een aangename wijze van zijn stoel wordt geblazen. De Essence-set geeft de band transparant weer. De bekkens klinken realistisch en vallen niet weg achter de muur van gitaargeluid. De bekkens zweven boven de muziek. De drummer lijkt wat hoger op het podium te zitten. Dat is vaak ook de opstelling op het podium tijdens een liveconcert. De roffel van de dubbele bassdrum bij 3:20 min. is bij de Essence-set in goede handen. De rest van de band wordt niet weggedrukt. Zanger Mikael Akerfeldt valt als laatste van de bandleden bij 3:28 min. op orkaankracht in. Vanuit de aanvankelijke stilte speelt de band na circa drieëneenhalve minuut op maximaal volume. De Essence-set geeft geen krimp en rafelt alles netjes uit elkaar. We wanen ons even op het liveconcert van Opeth dat we iets meer dan een jaar geleden hebben bijgewoond in Tivoli (Utrecht). Het geluid is kamerbreed en putdiep.

We spelen “Benighted”, het derde nummer van Opeth’s album Still Life. De band laat hier zijn andere gezicht zien, herstel, horen. Grunting wordt vervangen door een schone en lieflijke stem en de gitaren worden vrijwel onvervormd en akoestisch weergegeven. Nee, geen roffels van dubbele bassdrums in dit muziekstuk. De drummer mag even rustig aan doen. De weergave wekt de illusie dat het plafond minstens vijf meter hoog is. We wanen ons in een middelgrote zaal en lijken ons vlakbij het podium te bevinden. Resolutie en detailniveau zijn van het allerhoogste niveau. Tegelijkertijd valt het welhaast holistische totaalplaatje op. Geen enkel toongebied overheerst, alles is in volmaakte balans. Wederom valt de buitengewoon goede en gecontroleerde weergave van lage tonen op. De laagweergave is punchy. Niet teveel, niet te weinig, niet wollig, maar putdiep en punchy, zoals we gewend zijn van klasse A versterkers. We krijgen geen schopjes in de maag, zoals sommige eindtrappen plegen te doen. Schopjes in de maag zijn niets anders dan een poging om een gebrek aan controle te maskeren. Het kan leuk zijn om een basgitaar of een basdrum een beetje te voelen, maar in eerste instantie willen we deze instrumenten horen en niet voelen. Met name de realistische weergave van de aanslag van een basgitaar of bassdrum is een uitdaging voor een eindtrap. De Essence-set slaagt cum laude als het gaat om weergave van lage tonen.De aanslagen op de vellen van de bassdrums zijn waarneembaar.

We kiezen Janine Jansen’s uitvoering van Tchaikovsky’s “Danse Russe” (onderdeel van Het Zwanenmeer). Dit is het eerste muziekstuk van Jansen’s album First. Net als bij de weergave van Opeth wanen we ons weer in een grote zaal. Het begeleidende orkest opent het muziekstuk met één krachtige noot ondersteund door een forse klap van de slagwerker om direct daarna weer in te houden en rustig weg te sterven. De galm in de opname brengt ons midden in de concertzaal. De muren en het plafond van de luisterruimte lijken in een aanzienlijke mate van ons weggeschoven. Nog voordat de galm volledig is uitgestorven, strijkt Jansen de eerste noten op haar viool. We voelen kippenvel en krijgen het gevoel dat ze op een afstand van een meter of vier voor ons staat te spelen. Het orkest lijkt zich vlak achter haar te bevinden. Het aanstrijken van de snaren is waarneembaar en zelden hebben we een viool zo realistisch uit de ESL63 horen komen. Na circa drie minuten wordt het orkest aan het werkt gezet. De triangel zweeft boven de strijkers. De laagweergave van cello’s, koperblazers en pauken is indrukwekkend, wederom gecontroleerd en punchy. We wanen ons in het Concertgebouw of een andere grote zaal.

We selecteren “Tutu” het eerste stuk van het gelijknamige album van Miles Davis. Het realismeniveau van de weergave van Davis’ trompet is van het hoogste niveau. De trompet klinkt warm en tegelijkertijd licht scherp. Davis varieert de klank van zijn trompet van warm naar soms licht schurend, dan weer een beetje raspend. De muzikanten spelen samen maar lijken intussen ook ver van elkaar af te staan. Er is ruimte tussen de instrumenten. De luisteraar krijgt een volkomen transparant driedimensionaal klanklandschap voorgeschoteld. Het snaren plukken van de bassist is in al zijn details te volgen. De Essence-set weet hoe de luisteraar geboeid en betrokken moet worden ongeacht het genre van de gekozen muziek.

Steven Wilson, een muzikale duizendpoot die zijn gelijke niet kent, neemt ons mee in zijn klanklandschap “The Raven That Refused To Sing”, het laatste nummer van het gelijknamige album. Het nummer begint met een breekbare en licht hees zingende Wilson die zichzelf op de piano begeleidt. De piano klink warm. We krijgen de illusie dat we de (klank)kast van de piano kunnen horen. Na iets minder dan vier minuten begint de drummer zachtjes mee te tikken op zijn bekkens. Droge tikjes worden afgewisseld met tikjes waarbij het aangeslagen bekken even mag naruisen. De Essence-set is niet alleen goed in de weergave van lage tonen en middentonen. Ook de weergave van hoge tonen is van het hoogste niveau. De muziek komt volledig los van de luidsprekers. Er lijkt geen hifiset of luisterruimte te zijn. Er is alleen muziek.

De Essence versterkers hebben geen voorkeur voor een muziekgenre, hetgeen overigens tamelijk normaal is voor goede versterkers. Een versterker is net als andere componenten een doorgeefluik voor muziek. Muziek van een klassiek symfonieorkest klinkt uitstekend, evenals heavy metal, een jazzband of een singer/songwriter. De Essence Stereo Power heeft een hele lange, brede en diepe adem en slikt al het aangebodene voor zoete koek. Op geen enkel moment was enige ademnood te bespeuren, ook niet op wat hogere volumes.

De weergave is vloeiend, realistisch, punchy, putdiep, kamerbreed en driedimensionaal. De Essence-set biedt een buitengewone controle, ruimte en een welhaast onuitputtelijke reserve. We hebben het al gezegd, 50 Watt per kanaal is ruim voldoende om een middelgrote luisterruimte volledig te vullen met geluid, zonder dat de volumeknop naar de uiterste positie gedraaid hoeft te worden. De Essence-set speelt achteloos de ruimte vol daarbij de illusie creërend dat de ruimte veel groter is dan in werkelijkheid.

The Gryphon Essence: plaats in de markt

Hiervoor hebben we getracht het geluid van de Essence-set te duiden, maar er gaat natuurlijk niets boven zelf gaan luisteren bij een dealer. Wie nog nooit een klasse A set heeft horen spelen zou wel eens een “oh,-zo-kan-het-dus-ook”-moment kunnen meemaken. Pas op: gevaar voor euforie! Als we de nadelen van een klasse A constructie even buiten beschouwing laten, gaat er eigenlijk niets boven klasse A. De Essence-set levert het zoveelste bewijs, onverlet het feit dat er ook hele goede klasse AB en klasse D versterkers te koop zijn.

Omdat de Essence-set niet de eerste klasse A set in de luisterruimte was, kunnen we ze ook vergelijken met andere klasse A versterkers. Zo hebben we een keer het genoegen gehad om gedurende negen maanden een voorversterker en twee eindversterkers van de Engelse fabrikant Sugden te mogen gebruiken. De Sugden-set werkt over het hele volumebereik in klasse A en speelt op het hoogste niveau: punchy, transparant, vloeiend, realistisch en met een onuitputtelijke reserve, zonder voorkeur voor een muziekgenre. De Sugden-set heeft een hele lichte gloed of noem het een heel klein randje warmte in de weergave. Het is niet veel en het valt ook niet altijd op, maar het is er wel. Een randje warmte kan heel aangenaam klinken – zeker in combinatie met de neutraal klinkende ESL63 van Quad – en doet niets af aan de weergavekwaliteit. De Sugden-set doet met zijn klank denken aan een set peperdure buizenversterkers zonder de nadelen van buizenversterkers.

De vaste bewoners van de luisterruimte is een klasse A set van het Amerikaanse Pass Labs. Pass Labs is de koning van de neutraliteit. De klank is altijd neutraal en er is geen gloed of randje warmte in de weergave. Ook de set van Pass Labs geeft alles wat een klasse A versterker hoort te geven: realisme, een putdiepe en punchy laagweergave, een driedimensionaal podium, de illusie dat de luisterruimte veel groter is dan in werkelijkheid en een detailniveau en vloeiendheid die de luisteraar volledig betrekt bij de muziekweergave.

De Essence-set zit met zijn klank een beetje tussen de Sugden-set en de set van Pass Labs. Ook de Essence-set heeft een heel klein randje warmte, maar dit randje is kleiner dan het randje warmte van de Sugden-set. De verschillen tussen de drie merken zijn klein, maar deze verschillen bieden de ruimte voor een subjectieve component in de zin van persoonlijke smaak. We zijn nog steeds zeer tevreden over de set van Pass Labs, maar kunnen ons tegelijkertijd voorstellen dat een luisteraar niet gaat voor maximale neutraliteit maar juist een heel klein randje warmte op prijs stelt. Niet alleen persoonlijke voorkeur zal hier een rol spelen, maar ook de keuze voor de te gebruiken luidsprekers. Als de weergave van de luidspreker van zichzelf een lichte gloed heeft, is het voorstelbaar om een neutraal klinkende versterker te kiezen. Als de luidspreker neutraal klinkt, is het juist voorstelbaar om een versterker met een lichte gloed te kiezen. De combinatie van de Essence-set met een neutraal klinkende elektrostatische luidspreker zoals de ESL63 is wat ons betreft een zeer geslaagde combinatie. Maar, zoals gezegd, persoonlijke voorkeur speelt hier een sterke rol.

The Gryphon Essence: conclusie

De Essence Pre en Stereo Power van The Gryphon kunnen als referentie dienen voor een anatomisch correcte maar ook fijne en prettige muziekweergave. De set speelt aan de bovenkant van de markt en zou kunnen dienen als lesmateriaal voor bouwers van versterkers. Wie het hogere energieverbruik van klasse A voor lief neemt, krijgt daar heel veel voor terug in termen van geluidskwaliteit. De laagweergave van de Essence-set is fenomenaal en de weergave van middentonen en hoge tonen is bijna griezelig realistisch. De apparatuur en luisterruimte lijken te verdwijnen en er is alleen muziek. De koper van een set Essence versterkers heeft daarna niets meer te wensen. Hmmm, behalve natuurlijk een paar fijne luidsprekers, een goede analoge of digitale bron en een prettige luisterruimte.

The Gryphon Essence: prijzen:

  • Essence Preamplifier:                   15.360 euro
  • Essence Stereo:                           20.160 euro
  • DAC-module (Zena DA):                5.750 euro
  • Phono-module (PS2-S MM/MC):   2.150 euro

Een belangstellende kan de volgende dealers bezoeken om de Essence versterkers van The Gryphon Audio Designs te beluisteren:

  • Audio21, Dorpsstraat 44, 8181 HS, Heerde, 06 – 260 48 506, audio21.eu
  • Multifoon Hifi, Claes de Vrieselaan 111B, 3021 JH, Rotterdam, 010 – 251 88 88, multifoon.nl

MERK





EDITORS' CHOICE