COLUMN

Achtergrond: de werking van power cables

Ruud Jonker | 13 december 2020 | Fotografie Fabrikant

Het onderstaande artikel belicht de werking van power cables en waarom we menen verschillen waar te nemen. Zie het artikel vooral als een niet volledige en erg beknopte samenvatting van de uitgebreide kennis die aanwezig is over zulke kabels. De bedoeling is om consumenten aan het denken te zetten over hoe power cables werken. 

Kabels voor de Joint Strike Fighter

De tweede aanleiding om eens te focussen op power cables betrof de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF). Ondergetekende heeft enige tijd gestoken in een vooronderzoek voor een opdrachtgever, teneinde kabels voor dit vliegtuig te kunnen ontwikkelen. De procedure is dan altijd dat een fabrikant (Lockheed Martin), organisaties uitnodigt om onderdelen voor zo’n vliegtuig te ontwikkelen. Een bedrijf kan inschrijven op zo’n tender en ontvangt dan een lijst met requirements. Dat zijn de eisen waaraan een product moet voldoen. Of het nou banden, vleugeldelen, communicatieapparatuur of motoren zijn. In dit geval dus kabels.

De lijst met eisen is enorm streng en uitgebreid. Niet wat je allemaal nodig hebt voor je nieuwe schemerlampsnoer. Vliegtuigonderdelen moeten onder andere voldoen aan eigenschappen op het gebied van temperatuurresistentie, brandbaarheid, geleidbaarheid, mechanische sterkte, vibratiebestendigheid, elektrische eigenschappen, druk, veiligheid, gasvorming, emissie, milieunormen en gevoeligheid voor straling. Dan praat je pas over slechts enkele eisen uit een enorm pakket. Ze moeten vervolgens voldoen aan de zogenaamde milspecs en talloze andere internationale standaarden. Op basis van al die eisen ga je dan bepalen of het inderdaad mogelijk is om zo’n kabel te ontwikkelen en bouwen en of het dan ook nog financieel aantrekkelijk is om mee te doen. Je weet ook van te voren dat je dan niet de enige leverancier bent. Zo’n vliegtuigfabriek laat dezelfde kabel bij minstens drie verschillende leveranciers bouwen. Dat geldt voor alle vliegtuigonderdelen en is bedoeld om geen vertraging in de serieproductie op te lopen.

Power cables voor hifidoeleinden: vragen

Vertaald naar de wereld van de hifi zijn hier toch een aantal vragen uit voort gekomen. Veel high-end systemen kennen een fiks prijskaartje. Samengesteld uit luidsprekers, versterkers en broncomponenten, die ontworpen zijn door fabrikanten met een serieuze achtergrond in design, engineering en geavanceerde kennis. Denk even aan moderne door computersystemen ontworpen luidsprekers, klasse-D techniek en moderne DA-converters. Maar de kabels die wij gebruiken gaan niet vergezeld van bewijsmateriaal omtrent de exacte werking en het voldoen aan internationale standaarden en metingen. De vraag is zelfs of sommige kabels al een basis Kema-keurmerk hebben. Er is weinig bewijs dat kabels aan specifieke kwaliteitseisen voldoen. Het is niet onredelijk om zoiets te mogen verwachten van producten die soms duizenden euro’s per meter kosten. Consumenten zijn vaak kritisch als het om een auto of vaatwasser gaat. Maar in de audio lijkt het kritische onderscheidingsvermogen vaak ver weg en speelt vaak misplaatste emotie. Opmerkelijk dat als het om audio gaat, het lijkt alsof bepaalde hersendelen uitgeschakeld worden.

Standaarden voor ‘digitale’ kabels

Kabels die aan strenge standaarden voldoen bestaan uiteraard wel. Ze worden onder andere gemaakt voor die JSF, kerncentrales en medische toepassingen. Maar, je komt ze nauwelijks tegen in de audiowereld. Kabels voor het transport van digitale signalen in de audio voldoen dan weer wel aan standaarden. Zo kennen we standaarden voor usb en hdmi. Op het moment dat een kabel aan zo’n standaard voldoet, is het goed en nagenoeg onmogelijk om een betere prestatie te krijgen. Ook al kost zo’n usb-kabel 12 euro. Toch geven sommige luisteraars aan dat ze verschillen horen tussen ‘digitale’ kabels. De meest voor de hand liggende verklaring is dat die verschillen worden veroorzaakt door het hele domein van storingen rondom en in zo’n kabel. Afhankelijk van diverse andere factoren kan de storing zich mengen met het audiosignaal en waarneembaar worden.

Analoge kabels: theoretisch model

De vraag is of het mogelijk is om analoge kabels te ontwikkelen die aan internationale standaarden voldoen en een aantoonbaar betere en ook te omschrijven prestatie kunnen leveren in een systeem. Daar past dan eerst de veronderstelling (hypothese) bij dat het razend moeilijk is om ‘betere’ kabels te ontwerpen. Wat ga je dan precies doen? Tussen interlinks zijn over het algemeen kleine verschillen. Tussen luidsprekerkabels iets grotere verschillen. Maar, er is hier nog nooit een kabel geweest die echt enorm veel beter presteert. Over de optimale architectuur van een kabel is veel theorie. Wie een kabel bouwt volgens de theorie bereikt kennelijk een soort plafond in de prestatie. Het lijkt heel moeilijk om daar nog bovenuit te komen. Vrijwel elke kabelfabrikant heeft in de catalogus enkele kabels die in de richting komen van het theoretische optimum. Over het algemeen presteren zulke kabels dan ook in veel systemen erg goed en hoeven niet altijd van astronomische vraagprijzen vergezeld te gaan.

Netkabels voor hifidoeleinden

Over netkabels raken liefhebbers van hifi niet uitgesproken. Kenmerkend voor de (amateur) audiowereld is dat discussies over allerlei technische onderwerpen al veertig jaar doorzeuren zonder dat er eens een conclusie, synthese of algemeen geaccepteerd inzicht uit voortkomt. Stel je voor dat zoiets in de natuurkunde, ruimtevaart of virologie zou plaatsvinden. Veel audiofielen geven in ieder geval aan dat ze verschillen horen als er netkabels worden uitgewisseld. De vraag is in hoeverre dat kan en waar dat dan mee te maken heeft. In dit artikel is het niet mogelijk om elk aspect van netkabels te doorgronden, maar als een deel van de theorie wordt samengevat, dan zijn er minimaal zes oorzaken voor de verschillen die netkabels eventueel kunnen maken.

Ten eerste kunnen netkabels zelf stoorsignalen opwekken en via straling of geleiding naar buiten brengen. Dat is simpelweg te meten. Ze kunnen ook opgevangen straling (via de lucht of via geleiding) in meerdere of in mindere mate doorlaten. De hoeveelheid storing en de aard daarvan kunnen invloed hebben op het audiosignaal in de aangesloten apparatuur. Er is een hele theorie over hoe zogenaamde conduction noises (via geleiding) hun weg vinden naar de onderdelen in onze audioapparatuur. Het is internationaal gereguleerd middels CISPR hoeveel conducted noise er via AC lines (netkabels) mag worden geaccepteerd. Hoeveel netkabels hebben dat keurmerk? Het is aangetoond dat sterkere magnetische velden een negatieve invloed kunnen hebben op de signaal/ruis verhouding van audiovisuele apparatuur. Maar de meeste storing wordt in audioapparaten zelf opgewekt. Bijvoorbeeld door de werking van gelijkrichters en trafo’s van het UL-type.

Psychoakoestiek

Ten tweede spelen bij sommige audiofielen psychologische processen een rol. Psychoakoestische effecten bepalen in ieder geval dan hoe we het geluid, dat ontstaat door het mengen van de storing met het audiosignaal, waarnemen. Omdat een kabel duur is, ga je dingen horen die er niet zijn. Het overgrote deel van de audiofielen gaat dan ook voor de bijl in blinde luistertests, inclusief ondergetekende. Het allermooiste voorbeeld daarvan werd lang geleden door een kabelfabrikant aan ondergetekende toevertrouwd. Deze, ergens in de wereld gevestigde fabrikant, bouwde kabels met een fiks prijskaartje. In die tijd interlinks en luidsprekerkabels, want de consumentenmarkt voor ‘digitale’ kabels bestond nog nauwelijks. Die kabels waren succesvol en al gauw kwam er een vraag naar netsnoeren. Overvallen door deze vraag heeft deze fabrikant, teneinde razendsnel in te kunnen springen op de markt, een netkabel gebouwd van wat metertjes snoer uit de bouwmarkt en verpakt in een centimeters dikke spreekwoordelijke tuinslang. Gewoon uitgevoerd in de chique huisstijl met dito verpakking en een buitenaards prijskaartje. Het werd een enorm succes en de klanten meenden allemaal enorme verbeteringen waar te nemen. In ieder geval al lange tijd niets meer vernomen van deze fabrikant.

Stroom en afscherming

Ten derde kunnen kabels met hele dunne ‘stranded’ aders soms niet voldoende stroom doorlaten. Vergezocht en dan moet het wel heel ruig worden. Een single core (massief) koperdraad met een diameter van 1,6 mm (oppervlakte is 2,1 mm2) laat al 24 A door. Om met een stranded draad te komen tot 15 A, moet de diameter 2,6 mm zijn (oppervlakte 5,3 mm2). De meeste netkabels, ook die uit de bouwmarkt, hebben voldoende diameter om 16 A door te kunnen laten. Zogenaamde ‘high current cables’ in de hifi zijn onzinnig. Als apparatuur meer dan 16 A vraagt, dan gaat de smeltveiligheid er uit. Maar, als een te dunne draad vervangen wordt door een dikkere draad, dan kan een apparaat dat net te weinig stroom kreeg soms iets beter gaan klinken. Dat is soms een reden waarom een willekeurig ‘audiofiel’ netsnoer net even beter klinkt dan sommige bijgeleverde netsnoeren.

Een vierde reden is dat sommige netkabels een RFI-afscherming hebben. Smalbandige RF-bronnen in- en buitenshuis kunnen daardoor worden geblokkeerd en minder storende effecten veroorzaken. Die RFI invloed is meestal klein. Als een RF-bron in huis rondstraalt, dan zal een deel van de storing via het elektriciteitsnet in de kabel terechtkomen (conductive), een deel via instraling (als er geen afscherming is) en nog een ander deel mogelijkerwijs direct in de gevoelige audioapparatuur. Zo’n kabelafscherming tegen RFI heeft dus niet altijd zin, behalve in ruige omstandigheden. Sommige netkabels zijn gebouwd als een soort RF-filter voor conductive noise. Afhankelijk van allerlei condities kan dat soms een klein hoorbaar verschil maken.

Elektrosmog en EMI

De vijfde reden is terug te vinden in het artikel van Ed Doggen (Music Emotion en Daluso website) over elektrosmog. Als een netkabel veel ‘smog’ produceert, dan kan dat onze waarneming veranderen. Nou zal dat met een enkele netkabel wel meevallen, maar als de hifi of het theatersysteem heel veel slecht ontworpen netkabels telt, dan kan er een hogere dosis elektrosmog ontstaan.

Een zesde reden is dat sommige netkabels EMI tegenhouden. EMI is vaak de belangrijkste bron van storingen. Het is uit de literatuur aannemelijk dat de verschillen die we menen te horen voor het grootste deel te maken hebben met de manier waarop een netkabel zich ‘gedraagt’ in het domein van de storingen. Het is belangrijk om je te realiseren dat een netkabel nooit het geluid kan veranderen. Om de simpele reden dat het audiosignaal niet door de netkabel loopt. Hetzelfde geldt voor kabels die digitale signalen vervoeren. De muzikale code kan nooit door de kabel worden veranderd. Bits zijn bits. Kabels maken ook geen grote verschillen. Als je nieuwe kabel echt een indrukwekkend verschil maakt met het vorige model van de fabrikant, dan moet je je echt afvragen wat je indertijd gekocht hebt, of wat er enorm mis gaat.

De algemene ervaring van luisteraars is dat netkabels weinig verschil maken. Dat klopt. Een meerderheid van de netkabels beschikt niet aantoonbaar over een ontwerp dat iets doet om storingen (in voldoende mate) tegen te houden of zelf niet op te wekken. In de wereld zijn verschillende standaarden die de bescherming tegen EMI reguleren. De CE bevat ook het zogenaamde EMC directive (EN 50081-2:1993). Ooit kabels gezien met een keurmerk dat EMC garandeert? Ze bestaan overigens wel, maar niet binnen de audiowereld. 

Vijanden

De consument vraagt zich vaak terecht af welke invloed een stukje kabel van een meter kan hebben op de prestaties van bijvoorbeeld de aangesloten versterker. Om dat te kunnen begrijpen, is het nodig om op een heel andere manier naar netkabels te kijken. Netkabels zijn namelijk zelden een oplossing voor een probleem, maar het zijn vooral de veroorzakers daarvan. Zonder netkabels zou onze audio veel beter presteren. Denk aan accuvoeding. Een betere netkabel is de kabel die minder problemen veroorzaakt. Als je keeper bent in een voetbalelftal en je verdedigers en de aanvallende partij zijn ver van je doel verwijderd, dan heb je geen enkel probleem. Maar, als de aanvallende partij en je eigen verdedigers in de buurt komen, dan beginnen de problemen. De aanvallers veroorzaken namelijk storingen. Je verdedigers laten die storingen vaak door, maar zijn zelf ook een bron van storingen, omdat ze soms in eigen doel schieten. Een netkabel (aanvaller en verdediger) werkt precies op dezelfde manier. De keeper, die ook zelf een bron van storingen is, zit dan uiteindelijk met de storingen en is vergelijkbaar met een versterker. Het probleem ontstaat, net zoals in het voetbal, vooral omdat de aanvallers en verdedigers dicht bij het doel zijn.

Een netkabel is zeer dicht in de buurt van de plaats waar schade kan worden aangebracht door die storingen. Dat is een reden waarom die ‘laatste meter’ een verschil kan maken. Zo’n netkabel staat heel dichtbij de apparatuur en andere kabels gewoon ‘vuil te spuiten’. Of niet, als het ontwerp goed is. Omdat er  netkabels verkrijgbaar zijn die niet helemaal volgens het boekje zijn gebouwd, haalt een consument eerder de problemen in huis, dan dat ze opgelost worden. De eventuele verbetering die een audiofiele netkabel dan brengt ontstaat voornamelijk doordat die kabel net even minder storingen veroorzaakt. Een netkabel moet aan bepaalde eisen voldoen. Er zullen dan minder storingen in de audioapparatuur worden gepompt en het geluid zal dan vaak iets beter klinken.

Hoe werkt het dan?

De stroom die door een netkabel loopt wekt een magnetisch veld op. Dat veld wekt vervolgens weer  een stroom op in draden die in de buurt zijn (bron: 2019 IEEE Conference of Russian Young Researchers in Electrical and Electronic Engineering). In voornoemd artikel is dat meettechnisch aangetoond. Dus, als de netkabels in de buurt zijn van de interlinks….., maar er kan ook een spanning opgewekt worden in de groundwire van de netkabel zelf, die terechtkomt in de aangesloten audioapparatuur. Dit mechanisme ontstaat als de architectuur van een netkabel niet deugt. Vervolgens kunnen er in de buurt van zo’n netkabel ook elektromagnetische velden zijn. Bijvoorbeeld als gevolg van de aanwezigheid van transformatoren. Vanuit die trafo kan er dan een stroom worden opgewekt in die netkabel. Ja, maar deze netkabel is helemaal afgeschermd zal de kabelproducent dan roepen. Het probleem is dat kabels in de audiowereld over het algemeen veel minder of niet zijn afgeschermd voor EMI (storingen die ontstaan door elektromagnetische straling). De afscherming die mogelijk aanwezig is in netkabels werkt doorgaans alleen voor RFI.

Wat er ook gebeurt is dat veel netkabels de stoorsignalen, die ‘meekomen’ van buiten, gewoon doorsluizen naar de aangesloten elektronica. Dat zijn doorgaans weinig storingen die van buitenaf via het elektriciteitsnet naar binnen komen. De stoorsignalen die eventueel op het stopcontact te vinden zijn, komen merendeels van bronnen in huis. Bijvoorbeeld van elektromagnetische velden of RF-signalen die opgewekt worden door huishoudelijke apparaten. Wat van buiten zou kunnen komen zijn hoogfrequente smalbandige stoorsignalen van radiozenders. RFI koppelt over het algemeen niet zo snel met het audiosignaal. Maar, er is ook een norm voor de maximale stoorspanning die over een groot frequentiegebied op de wandcontactdoos mag staan. Dat betekent in het algemeen, los van die bekende uitzondering, dat u als consument de belangrijkste veroorzaker bent van stoorsignalen als gevolg van wat er allemaal in huis staat. Via die exotische netkabel komen die storingen ergens in de signaalweg terecht.

De ultieme netkabel

EMC (electro-magnetic compatibility) wil onder andere zeggen dat een elektronisch product geen storingen veroorzaakt in andere elektronische systemen. Veel apparatuur, zeker in de professionele wereld van netwerken en communicatie, moet voldoen aan deze compatibility eis. Wel eens een kabelfabrikant gezien die claimt dat zijn netkabels volledig voldoen aan de EMC eisen? Die zijn in audioland niet te vinden. Coaxiale kabels voor uw DA-converter of streamer zouden met betrekking tot alleen al de verzwakking van inkomende EMI moeten voldoen aan de Screening Class A, in de IEC 61196-6 normering. In de UK is een ontwerpdocument verschenen met technieken die bruikbaar zijn om kabels te maken die aan de EMC-eisen voldoen. Een opmerking in het document is dat vrijwel alle kabels gewoon antennes zijn. Ze zuigen alles op van buiten en dumpen dat net zo hard in de signaalweg van gevoelige audioapparatuur. Met de aankoop van veel audiokabels haalt u dus vaak het paard van Troje binnen.

Vervolgens is natuurlijk de vraag of het mogelijk is om kabels te bouwen die aan de EMC richtlijnen voldoen en hoe zo’n kabel er dan uitziet. Wel, dat is complexe materie, maar kort door de bocht heeft die EMC grotendeels te maken met de constructie van de kabel (architectuur en afscherming). In een ander wetenschappelijk onderzoek wordt een ontwerp aangereikt voor een netkabel die in veel hogere mate resistent is tegen EMI. Met meteen de opmerking dat een kabel met zo’n architectuur niet door de kabelfabrikanten in de hifimarkt wordt gemaakt.

Power cables: de thuisknutselaar

Het is natuurlijk volledige fun om zelf eens wat kabels in elkaar te knutselen. Alleen al om te kunnen ontdekken of de relatie tussen theorie en praktijk klopt. Op de foto’s is de productie van het basismateriaal zichtbaar. Zo’n kabelfabriek in Amerika of China kan een aantal meters maken op basis van het ontwerp van de klant. De hier bedachte kabel is gemaakt volgens het extrusie-principe. Zo’n kabel wordt dan door de afgebeelde machines automatisch gebouwd. De kunststof isolatiematerialen worden rondom de geleiders gesmolten, zoals zichtbaar op de foto’s. Maar, er zijn ook enkele high-end kabelfabrikanten die kabels helemaal handmatig bouwen. De prijs van zo’n kabel bestaat dan voor een groot deel uit arbeidskosten. Thuisgekomen met die kabels, hoef je alleen nog de connectoren te monteren. Een kwestie van solderen, schroeven of via het gebruik van cold welding. De aldus ontworpen power cable komt wat dichter in de buurt van de verschillende theoretische modellen en zal daardoor in mindere mate storingen veroorzaken of oppakken. Dat kun je uiteraard in een aantal gradaties doen, afhankelijk van materialen en de architectuur. Die kabels conformeren zich ook beter aan een aantal internationale normen en standaarden.

Audiofielen kennen ongetwijfeld kabels die ‘halogen free’ zijn. Halogenen zijn niet-metaal elementen uit groep 17 (periodiek systeem) en zeer schadelijk voor de mens. Ze komen bij brand vrij. In 1987 was er brand in het Londense Kings Cross metrostation. De slachtoffers vielen voornamelijk door de vrijgekomen halogeen bevattende gassen, omdat de kabels in brand raakten. Mocht uw hifi een keer vlam vatten, dan is het veiliger om halogeenvrije kabels te hebben. In de hifi worden veel kabels voorzien van PE. Dat is een halogeenvrij materiaal. U kunt dan trots en zonder gevaar aan uw nieuwe high-end kabels snuiven, ook al vatten ze vlam tijdens het afspelen van ruige dance muziek. De kans dat er iets misgaat met het audiosysteem is uiteraard klein, maar in sommige grotere systemen liggen toch wel een behoorlijk aantal meters kabel. Vervolgens is er naar die power cables geluisterd. Het systeem wordt daardoor stiller en het geluid is schoner. Dat is logisch, want er zijn minder storingen die de ruisvloer verhogen en daarmee zachte signalen en details maskeren. Psychoakoestisch gezien lijkt het of stemmen en instrumenten sprekender zijn, of de stage wat groter is en of er meer detaillering is.

Enkele van die kabels zijn even rondgegaan in het kringetje van audiofiele vriendjes en vriendinnetjes (de laatste hebben betere oren) en die komen met vergelijkbare waarnemingen. Soms zijn de verschillen klein en soms toch wel heel duidelijk waarneembaar. De resultaten die een power cable veroorzaakt zijn mede afhankelijk van de mate waarin de gebruikte apparatuur voldoet aan de EMC. In ieder geval fun om eens mee te experimenteren.

De ideale power cable

Wie de aspecten van de kabeltheorie samenvoegt, kan daar een soort ideale architectuur voor een netkabel uit samenstellen. Met dat plaatje kun je dan naar de hifiboer en een kabel uitzoeken die enigszins in de buurt komt van dat ideaalplaatje. Sommige kabels zullen aan enkele eisen voldoen. Thuis aangesloten, zal zo’n kabel net even minder storingen veroorzaken dan de kabel die eerder in het systeem lag. Afhankelijk van nog heel veel andere factoren zou het geluid dan iets beter kunnen klinken. Zo’n factor is bijvoorbeeld in hoeverre de aanwezige audioapparatuur aan de EMC normen voldoet. Goed ontworpen apparatuur zou immuun moeten zijn voor wat kabels allemaal doen. Maar, als de eisen die aan een netkabel moeten worden gesteld in simpele bewoordingen uitgedrukt zouden moeten worden, dan is de ideale kabel niet gevoelig voor inkomende EMI en RFI, straalt de kabel zelf geen RFI of EMI naar buiten, en blokkeert de kabel inkomende RFI (conductive) vanaf het lichtnet. Ook dient de kabel voor het doel voldoende stroom door te kunnen laten.

Helaas is er vrijwel geen kabel te vinden die in hoge mate voldoet aan de complete EMC-eisen. Er zijn wel kabels te vinden die voor specifieke frequentiegebieden voldoen aan de zogenaamde screening performance. Voorzover bekend is Grimm Audio een van de weinige fabrikanten die interlinks bouwt met een hogere mate van EMI-onderdrukking en dat geldt in principe voor de korte afstand. Daarom presteert de Grimm SQM zo goed. Het staat waarschijnlijk volledig haaks op de belevingswereld van de hificonsument, maar het beste is om kabels te gebruiken zonder metalen geleiders. Dat doet terugdenken aan een ervaring van vele jaren geleden. In de luisterruimte waren apparaten verbonden met de Harmonic Technology Cyberlight analoge interlinks. Dat was de beste verbinding die hier ooit heeft gespeeld. Ook een wifi-verbinding levert in principe een beter signaal dan een kabel met metalen geleiders. Dan kun je weer een discussie gaan voeren over wat schadelijker is. De wifi (die RFI genereert) of een kabel met metalen geleiders. Misschien een aanleiding om audiofiele wifi-spots te gaan bouwen.

Theoretisch model voor power cables

Uit het bovenstaande kan dan een theoretisch model worden gebouwd over hoe netkabels werken. Zulke kabels hebben nauwelijks direct invloed op het geluid. Het audiosignaal gaat namelijk niet door zo’n netkabel. De invloed op het geluid wordt dus merendeels psychoakoestisch ervaren als gevolg van de wisselwerking tussen wat de netkabel met storingen doet en hoe de apparatuur geluidsmatig reageert op de aard van die storingen en de mate van aanwezigheid daarvan. Het is dus erg situationeel. Het model is een soort mental map. Zulke maps maakt ieder mens en ze dienen om vat te krijgen op de wereld om ons heen en dingen te begrijpen. Zo’n model is nooit volmaakt. Het is bedoeld om over te gaan denken, een discussie op te zetten, iets te gaan begrijpen en kennis op te bouwen. Wie een beter theoretisch model heeft mag het zeggen.

Epiloog

Dit artikel is allerminst bedoeld om ultieme waarheden, zo die al bestaan, uit te dragen. Aan de hand van een zeer beperkte hoeveelheid behandelde theorie is een poging gedaan om wat inzichten te bieden over hoe netkabels werken. Ter leering ende vermaeck, maar wees ook gewoon eens kritisch en vraag of een fabrikant de gemaakte claims kan onderbouwen. Ga af op metingen, op kennis en ga na of die theorie en meetcijfers zich vertalen in gehoormatige resultaten. Laat je bij de aankoop van kabels niet sturen door emotie en verkoopprijzen. Bedenk dat de theorie rondom netkabels onderbouwd kan worden met uitgebreide wiskundige bewijsvoeringen, die gezien de leesbaarheid maar even weggelaten zijn.

EDITORS' CHOICE