REVIEWKrell

Grappig

Het is grappig om te constateren welke invloed een versterker heeft op het eindresultaat van de weergaveketen. Zelf draai ik met een HAT voorversterker en Manley monoblokken, zonder halfgeleiders in de signaalweg. Een set die erg veel “leven en realisme” aan de weergave geeft. Onlangs verving ik de HAT door een Astin Trew hybride voorversterker, een regelrecht koopje voor 800 Euro, waarmee minder het realisme naar voren kwam, maar die wel heel dynamisch en robuust speelde. Nu staat er een versterker die helemaal niets van doen heeft met buizen, waar gek genoeg wel eigenschappen in zitten van zowel de HAT/Manley als de Astin Trew/Manley opstelling. Zoals de grenzeloze dynamiek, de echtheid van stem en instrument, de hoge mate van natuurlijkheid.

Krell S-300i versterker

Daaruit blijkt maar weer: noch buizen noch halfgeleiders zijn zaligmakend. Het gaat om het resultaat en veel minder om de ingezette middelen. Heeft de veel duurdere HAT met Manley de voorkeur, de Krell is een goede tweede met op gelijke hoogte Astin Trew en Manley. Dat is opvallend, want alleen al de Manley monoblokken kosten anderhalf maal zoveel als de Krell S-300i. Waarbij aangetekend dat ik met alle drie combinaties uitstekend kan of zou kunnen leven. De Krell prefereer ik vanwege zijn veelzijdige instelmogelijkheden, home cinema ingang, vermogen en omdat ik me geen zorgen hoef te maken over slijtage en instelling van de buizen. Inmiddels heeft de cd-speler er het zwijgen toe gedaan en speelt een langspeelplaat. Deze bron acht ik zeker hoogwaardiger dan cd en daarmee krijg ik te maken met de beperkingen, die de Krell heeft ten opzichte van mijn referentie. Er gebeurt wat minder, de weergave is minder boeiend, zit meer tegen de luidspreker aan, is simpeler geworden. Het op HAT/Manley maximaal haalbare van de plaat komt niet langer naar voren. Gezien in het licht van de prijzen van de apparatuur is dat niet meer dan logisch. Wie een vermogen uitgeeft aan de bron, zal net zo diep in de buidel moeten tasten voor de rest van de keten.

Krell S-300i versterker

Met de Krell S-300i versterker blijf je een stap te laag op de ladder. Dat weet uw dealer ook wel en hij kan in dat geval een duurdere Krell aanbieden. Toch ben ik eigenwijs en blijf nog even bij de grammofoonplaat hangen. Draaide ik daarnet Jacintha, nu is Dave Grusin aan de beurt. Van die laatste plaat ken ik alle groeven door en door. Het is een direct-to-disc opname die bol staat van de dynamiek en heerlijk het gevraagde vermogen opjaagt. Neemt u van mij aan, de Krell kan harder spelen dan ik prefereer, veel harder. De voeding in de Krell lijkt een oneindige capaciteit te hebben. Waarbij de buffering niet te groot is gekozen, omdat te veel capaciteit in de voeding de snelheid enorm uit het geluid kan halen. Percussie, drums, bas, het spuit met deze plaat uit de luidspreker. Slechts de meest intieme details blijven verborgen in het geheel dat de S-300i aanbiedt. Dat is eigenlijk het enige dat aanwijsbaar maakt, dat het allemaal nog een streepje beter kan. Je moet de details in dat geval wel weten te vinden, anders merk je het niet eens. Onder invloed van de vaak wonderlijke tonen die de muziek van Dead Can Dance zo apart maakt, realiseer ik mij terdege dat de Krell S-300i inmiddels weken als een werkpaard fungeert. Een heel allround werkpaard dat zich net zo gemakkelijk laat inpassen in een eenvoudige opstelling als in een veel hoogwaardiger set. De eenvoudige set groeit in dat geval ineens veel dichter naar de betere variant toe. Ik hou van dit soort eerlijke, pretentieloze werkpaarden die gewoon doen waar ze voor aangeschaft zijn.

EDITORS' CHOICE