REVIEWPass Labs

Het overkomt je

Luister naar het geheel en geniet met volle teugen. Ik kan er niet omheen, de Pass Labs XA30.5 met de XP-10 staat voor souplesse, kracht, overtuiging en details, eigenschappen die samen het weergeven van muziek tot een ongekend genoegen kunnen maken. Heerlijk dat fundament onderin, ik zal mijn 937Be nog gaan missen tegen de tijd dat hij mogelijk opschuift voor een set Diablo Utopia van dezelfde fabrikant. Het is me te gortig om eveneens te investeren in Pass Labs en ook de 937 te houden. Maar inwendig kun je me horen brommen dat ik die optie wat graag zou hebben. Wat de Pass Labs zo mooi maakt, is dat hij de onvolkomenheden van een tweeter niet naar voren haalt. Hij heeft een enigszins rond karakter, met zachtheid in het hoog. Persoonlijk vind ik het buitengewoon knap om haast tegengestelde eigenschappen te combineren. Zachtheid in het hoog, tegelijk heel veel details in datzelfde gebied. Zeer, zeer uitgewogen. Wat de Pass Labs heel goed doet, is het uit beeld laten verdwijnen van de luidsprekers zelf. Het staat heel los, plakt niet aan de kast. Het geluid staat wat naar voren, ruimte gevend aan diepte. Wie graag vanaf de achterste rij luistert moet een eind van de set af gaan zitten. Toch is het niet opdringerig, je hebt genoeg ruimte om te ademen tussen jou en de muziek.



Ik heb iets met piano en klavecimbel. Heerlijk dat ik een plaat bezit met werken van Carl Philipp Emanuel Bach. In een kleine bezetting gespeeld: fluit, cello, altviool en pianoforte. De pianoforte wordt bespeeld door Christopher Hogwood, een man waarvan ik veel muziek op lp bezit. Moeiteloos volgt de Pass Labs de dynamiek in de plaat. De fijnheid waarmee de instrumenten in 1977 zijn bespeeld blijft geheel bewaard. De fluit hangt mooi losjes tussen de rest in. De pianoforte lijkt haast een compromis tussen piano en klavecimbel. De twee strijkers vormen de achtergrond, die daarmee via de Pass Labs heel compleet is. Je kunt je een voorstelling maken dat je leeft in de tijd van Bach, dat musici thuis komen spelen ter gelegenheid van een diner met vrienden of relaties. Hoewel snel de gedachte opkomt, dat zo’n kleine bezetting altijd wel goed zal klinken, is dat niet waar met deze opname. De sprongen in de dynamiek zijn bijvoorbeeld erg groot, een instrument kan verloren raken in de klank van een ander. Het mag ook niet zo zijn dat elk instrument tot op het bot is uitgebeend, de samenhang moet blijven. Wat me in de muziek tenslotte aanpreekt, is het feit dat de vier instrumenten komen uit de tijd dat Bach de muziek schreef. Het oudste instrument stamt uit 1748, de fluit is het jongste, hij is gemaakt in 1790. C.P.E. Bach leefde zelf van 1714 tot 1788. Zoals ik het nu beleef, moet het ook in zijn oren geklonken hebben.

Je kunt nauwelijks dichterbij het origineel komen dan middels de heerlijke weergave van de Pass Labs XA30.5 en de XP-10. Kunt u zich voorstellen dat ik heen en weer wip op mijn luisterpositie? Uit een iets latere periode is de volgende plaat, waarop Malcolm Binns een werk speelt van Chopin, eveneens op een pianoforte, dit keer gemaakt in 1847, twee jaar voor de dood van Chopin. Op de plaat bespeelt Binns vijf verschillende pianofortes, samen een erfenis vormend van “The Broadwood”. Schitterend om zo gemakkelijk het onderscheid te kunnen maken tussen instrumenten die zijn gebouwd tussen 1787 en 1854. Zoiets mag toch niet verloren gaan en is een investering in de mooiste apparatuur waard. Het overkomt me simpelweg.



Inmiddels gezeten tussen een stapel lp’s van het label L’Oiseau-Lyre, krijg ik de behoefte naar moderner muziek over te stappen. Van vinyl naar cd. Zo groot is de stap niet als alle apparatuur in de basis hoogwaardig is. De stap in muziek wel, ik schrik er zelf van als ineens Michael Bublé The Best Is Yet To Come door de speakers gooit. Op de achtergrond een forse bigband die zich uitleeft. Voor de band, zeer duidelijk op een plaats aanwijsbaar, staat Bublé. De muziek behoort sterk te swingen, te leven en emotie op te roepen. Alleen aan dat laatste punt schort het iets. Het heeft net niet de “touch” van een elektronenbuis. "Misschien maar goed ook", zullen tegenstanders van de buis verkondigen, "want dat is toch maar vervorming". Wat de Pass Labs neerzet heeft iets overweldigends in zich. Hier komt weer dat enorme gemak naar voren, de kracht die het mogelijk maakt de bigband te laten knallen. Evengoed is de Pass Labs in staat, op laag volume toch volheid te geven, rijkdom aan nuances. Swingen doet het haast als een live optreden in een jazzcafé. Luister eens naar Bublé als hij zingt over Me and Mrs. Jones. Het slagwerk is prachtig, de stem tot in nuances te beluisteren. Op elk moment gebeurt er wel iets. Een riedeltje op piano, een trompet, bas, je komt oren te kort om alles vast te houden. De Pass Labs heeft nu iets weg van “The wall of sound” uit de tijd van Phil Spector. Indringend en echt. Het wordt inmiddels later en later. Ik zal de buren hun nachtrust gunnen.


EDITORS' CHOICE