REVIEW

Review: Minco Eggersman, Theodoor Borger, Aaron Parks en Oskar Gudjonsson - UNIFONY II (LP)


Eric de Boer | 14 augustus 2020

Het werd al even geleden aangekondigd dat Minco Eggersman en Theodoor Borger bezig waren met het vervolg op hun eerste project-album Unifony. Vandaag, op 14 augustus, wordt de tweede release onder deze naam een feit. Wederom aangevuld door muzikanten van formaat, leggen de twee heren de lat hoog waar het gaat om minimalistische, dromerige muziek met een indringend karakter.

Hoewel de spreekwoordelijke mussen tijdens het schrijven van deze recensie van het dak vallen door de warmte, klinken binnenshuis de verkoelende klanken die op Unifony II zijn vastgelegd. Eggersman en Borger startten met het project UNIFONY om op zoek te gaan naar de essentie van muziek, middels experimenteren en door zich te laten inspireren door diverse artiesten. Het eerste deel van UNIFONY, dat een kleine twee jaar geleden het levenslicht zag, werd een divers album dat mede dankzij de toegevoegde waarde van de Zweedse ‘ECM-trompettist’ Matthias Eick voor een fijne luisterbeurt zorgde.

Voor UNIFONY II kozen Minco en Theodoor wederom voor het toevoegen van gastmuzikanten. Bluenote- en ECM pianist Aaron Parks en de IJslandse jazz-saxofonist Óskar Gudjónsson (foto rechts) werden door het muzikale duo aangetrokken voor UNIFONY II, wat leidde tot vernieuwende inzichten in de ruwe versies van soundscapes en composities die Eggersman en Borger al hadden gemaakt. Als eerste was de in de V.S. woonachtige pianovirtuoos aan de beurt, die na een Europese tour richting de studio van Minco en Theodoor toog. De klik volgde snel, waarna de tracks meer en meer gestalte kregen. Vervolgens was het de beurt aan Óskar Gudjónsson, die in een IJslandse studio het werk kon completeren met zijn intieme saxofoonspel.

Ondanks het feit dat UNIFONY II feitelijk als therapeutisch project mocht gelden voor Theodoor Borger, die aan flinke depressie leed vanaf 2018 en hier mede dankzij de vriendschap met Minco en de gezamenlijke liefde voor muziek weer uit kon opklimmen, zijn de composities en het spel op UNIFONY II verre van triest te noemen. Enige melancholie is echter wel te herkennen, maar nooit zonder hoop of een diepere betekenis. De combinatie van het warmzwoele geluid dat onmiskenbaar met een saxofoon samengaat en de heldere, soms minimalistische invulling van toetsen middels piano en Rhodes piano werkt bezwerend en helend. Tracks als Deliverance, Dusk en Updown zijn daar prachtige voorbeelden van.

Het nummer Allan doet me vooral terugdenken aan het Eggersman-album Reservoirs, mede dankzij de ruimtelijk opgenomen percussie en meer prominente basgeluiden. Meer melodie en herkenning is terug te vinden op een nummer als Discover, waarbij het ‘refrein’ op Nils Frahm-achtige wijze wordt verwerkt in de compositie, met een harmonieus en vooral herkenbaar gevolg. En dat harmonieuze, gecombineerd met het minimalisme van tragere soundscapes en een eigentijdse jazzy spelstijl van zowel Parks als Gudjónsson beschrijft precies wat UNIFONY II enerzijds zo prettig en anderzijds minder toegankelijk maakt. Want het album vraagt om aandachtig luisteren. Doe je dat niet, dan verwordt het geheel snel tot een ogenschijnlijk rustig vloeiende plaat met achtergrondmuziek. En dat verdienen de tracks eigenlijk weer niet, want daarvoor zijn de composities en uitvoeringen te indringend.

Het tweede deel van het UNIFONY project biedt een waardige opvolger van het debuut. De minimalistische, door jazz en neo-klassiek beïnvloede muziek zal niet ieders smaak zijn, maar wie de eveneens instrumentale muziek van bijvoorbeeld Nils Frahm, Nils Petter Molvær en (hoewel in mindere mate) de op new wave geënte muziek van na 1985 kan waarderen, zou zichzelf voor zo’n drie kwartier probleemloos in UNIFONY II kunnen verliezen.

Minco Eggersman en Theodoor Borger verzorgden zelf het leeuwendeel van de opnames en de mix van het album, maar net als voor het eerste project lag de mastering van UNIFONY II weer in handen van meester Bob Ludwig. Wat ook terug mocht keren, is het artwork van James Marsh en de ondersteuning vanuit Grimm Audio. Het resultaat op Haarlems vinyl is een welluidend, vrij dynamisch en klankmatig open geheel, met een herkenbaar design ter ondersteuning. Waardevol en derhalve essentieel.

Muziek: 8.6
Klank: 9
Kwaliteit persing: 8,8
Label: Butler Records/ Music On Vinyl
Speelduur: ruim 43 minuten
Website: www.unifony.com

EDITORS' CHOICE