REVIEWPrimaLuna

Review PrimaLuna EVO 300 Hybrid: de muziek

Max Delissen | 29 september 2021 | Fotografie Fabrikant | PrimaLuna

SAMENVATTING

Ik daag iedereen die nu met een PrimaLuna buizen-voorversterker en een solid-state eindversterker van een ander merk speelt uit om deze EVO 300 Hybrid ernaast te zetten en er met een open mind naar te luisteren. Maar wees vervolgens wel bereid om de komende jaren wat minder uitbundig op vakantie te gaan.

PLUSPUNTEN

  • Klinkt als een echte PrimaLuna
  • Zeer hoge bouwkwaliteit
  • Innovatief Nederlands versterker-ontwerp
  • Stuurt lastige luidsprekers beter aan dan full-tube
  • Lichter van gewicht dan full-tube
  • Eigenlijk geen noodzaak tot tube rolling

MINPUNTEN

  • Sommigen zullen de fun van tube rolling missen
  • Geen kleine versterker om neer te zetten
  • Weegt toch nog best wat
  • Prijsverschil met hun duurste full-tube integrated

Toen ik eind 2020 na een winkelbezoek in Den Haag nog een afzakkertje ging halen bij mijn collega René van Es die daar in de buurt woont, viel in zijn tweede luisterruimte mijn oog op een versterker die ik wel én niet herkende. De frontplaat en de naar achteren welvende kooi die zes 12AU7 buizen beschermde zeiden me: PrimaLuna. Maar de diepe, dichte kast daarachter, zónder zichtbare eindbuizen zei me…ja, wat zei die me eigenlijk? | This review in English, click here

PrimaLuna TweeLuik

Terwijl ik met open mond naar het ding stond te gapen, omdat de mogelijke waarheid langzaam tot me doordrong, trok René me snel terug op aarde. “Dat moet nog even geheim blijven”, zei hij met een brede glimlach. “Maar het is inderdaad een nieuwe hybride geïntegreerde versterker van PrimaLuna. Herman heeft gevraagd of ik ernaar wilde luisteren, en daar ben ik wel zo’n beetje mee klaar. Dus ik heb vanmiddag met hem geregeld dat jij hem zo meteen mee naar huis mag nemen om hem eens naast jouw PrimaLuna te zetten.”

Toen ik klaar was met mijn vreugdedansje geschiedde aldus, en toen de versterker na een paar weken weer werd opgehaald door een medewerker van Durob Audio wist ik nog niet dat het enthousiaste luisterverslag dat ik aan Herman stuurde een vervolg zou krijgen. Een uniek vervolg zelfs, want toen importeur More Music bij mij  als bezitter van een PrimaLuna EVO400i versterker de vraag neerlegde of ik voor HIFI.NL een review over deze versterker wilde schrijven, die zou moeten gaan samenvallen met de introductie, ontstond bij mij onmiddellijk het idee om dat samen met René van Es te doen. Hij had immers geregeld dat ik óók als een soort bèta-tester naar het apparaat mocht luisteren. Al brainstormend met de uitgever en de hoofdredacteur kristalliseerde dat plan uit tot de huidige vorm: een dubbelreview waarbij René meer op het technische aspect zou ingaan, en ik meer over de beleving zou schrijven.

Dat was overigens het enige dat we afspraken, we besloten namelijk om het niet met elkaar te hebben over onze luisterervaringen. Lastig, want we wisten wél dat we er allebei heel enthousiast over waren, maar het is gelukt. Dus elke overeenkomst in onze bevindingen berust louter op toeval. Of zou het aan de overduidelijke en bijzondere kwaliteiten van deze versterker liggen? Oordeel zelf…

Om te beginnen: toch een klein beetje techniek

Ik ga mijn collega de kaas niet van het brood eten met een herhaling van zetten. Wie meer over de gebruikte techniek in het ‘Floyd’ MOSFET versterker-ontwerp van de voormalige Sphinx ingenieur Jan de Groot wil weten: lees René’s review maar. Er zijn echter twee aspecten die ik toch even wil benoemen, omdat daarmee de verschillen tussen buizenversterkers en solid-state versterkers wat beter duidelijk worden. En omdat ze voor een aanzienlijk deel een verklaring bieden voor mijn ervaringen tijdens het luisteren.

Het belangrijkste verschil is dat de meeste buizenversterkers met een uitgangstrafo werken die de hoge spanning en lage stroom uit de eindbuizen omzet naar een lage spanning en een hogere stroom om de luidsprekers aan te sturen. Bovendien houdt de uitgangstrafo gelijkspanning tegen, wat érg belangrijk is voor het welzijn van je luidsprekers. Hierbij geldt in een notendop: hoe beter de uitgangstrafo is, hoe beter de buizenversterker kan klinken. PrimaLuna maakt haar eigen uitgangstrafo’s en hun versterkers staan dan ook bekend om hun bijzonder goede klank. Een ander voordeel van zo’n uitgangstrafo is dat je het uitgaande signaal kunt optimaliseren voor de impedantie van de aangesloten luidsprekers. De meeste buizenversterkers hebben een aparte pluspool voor 4 Ohm en voor 8 Ohm luidsprekers, en sommige ook nog voor 16 Ohm.

Zo’n trafo heeft echter ook een bepaald nadeel. De uitgangsimpedantie van een buizenversterker wordt er vrij hoog door, wat resulteert in een lage dempingsfactor. Nu is zo’n dempingsfactor (de mate waarin de eindversterker de luidsprekers ‘in zijn greep heeft’) bij solid-state versterkers belangrijker dan bij een buizenversterker, maar het is een feit dat het laag bij een buizenversterker met uitgangstrafo’s ánders klinkt dan bij de meeste solid-state versterkers. Niet minder diep of krachtig, als er goede uitgangstrafo’s worden gebruikt, maar ronder en vaak ook nét wat minder strak.

Als je een echte laagfetisjist bent, die graag rampenfilms over aardbevingen op muurverkruimelend volume wil beleven, is een buizenversterker waarschijnlijk niet de optimale keuze, zeg maar. Wanneer je echter van veel realisme en klankkleur bij akoestische instrumenten en stemmen houdt, of wanneer je door het ‘rollen’ van andere buizen de klank van je versterker nog wat wil kunnen tunen, dan is een buizenversterker zeer zeker wél wat voor je. Dat is verschil nummer één. Het tweede verschil is eigenlijk verschil 1a. Omdat een solid-state versterker geen uitgangstrafo nodig heeft zijn de luidsprekeruitgangen universeel. Je hoeft je niet druk te maken over de impedantie van de aangesloten luidsprekers.

Luisteren naar de PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated

Toen duidelijk werd dat deze recensie er zou komen werd de EVO 300 Hybrid op mijn verzoek nog een keer naar Eindhoven gebracht, want het was inmiddels alweer een paar maanden geleden dat de eerste luisterindrukken werden opgedaan. De set waarin hij de plaats innam van mijn PrimaLuna EVO400i (met PrimaLuna EL34 eindbuizen en voor deze gelegenheid óók de stock PrimaLuna 12AU7’s in de voortrap) bestond verder uit een gerestaureerde Thorens TD125 met Jelco SA-750E 10-inch arm met een Holistic Audio HA-103C element in een AudioTechnica AT-LH15/OCC headshell, een AudioCreative PhonoDude buizen phonotrap met Cinemag step-up trafo’s, en een AURALiC ALTAIR G1 streamer achter een English Electric 8Switch met iFi iPower voeding.

Het meeste luisterwerk werd gedaan met mijn Kharma Ceramique prototype luidsprekers, maar ook de voor een recensie bij mij logerende Elipson Heritage XLS15 luidsprekers en mijn eigen KEF LS50 Anniversary Editions werden aangesloten. Alle bekabeling was van AudioQuest. Wat nu volgt is een samenvatting van beide keren dat ik naar de versterker heb geluisterd.

Eerste kennismaking

Na wat casual gebruik ter opwarming, waarbij vooral het geluid van de televisie werd weergegeven, startte ik vlak voor de Kerst met de eerste serieuze luistersessie. Omdat het al een paar weken op ‘heavy rotation’ in mijn playlist stond koos ik als eerste voor het nieuwe album In Velvet van de Belgische groep Nordmann. Hun spannende en complexe mix van postrock, (post)jazz en psychedelische elektronica is mooi warm en ruimtelijk opgenomen, met een naar hedendaagse maatstaven ruime dynamiek.

Het eerste dat me opviel was hoeveel de PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated op mijn ‘full tube’ EVO400i leek. Er waren ook duidelijke verschillen, waarover zometeen meer, maar de klankkleur, de ruimtelijke weergave en de betrokkenheid die ik bij de muziek voelde hadden door de toegepaste MOSFET’s in de eindversterker duidelijk een ‘buisachtig’ karakter. Rijk, weids en op een bepaalde manier gewoon ‘juist’. De familie-overeenkomst was meer dan duidelijk, iets dat ik eerlijk gezegd wel vurig gehoopt had, maar voorzichtigheidshalve niet had durven verwachten. De met veel spuug aangeblazen sax van Mattias De Craene aan het begin van de track Jade stond bijna tastbaar en op de juiste hoogte tussen de luidsprekers, ingebed in een wolk van galmende gitaar en subtiele percussie. Kippenvel? Reken maar!

Wat ik wél had verwacht was de duidelijk andere laagweergave, die puntiger was en – wel degelijk toch ook – een stukje krachtiger. Met name de kickdrum kwam daardoor wat prominenter in de mix te staan.

In tweede instantie

Een van mijn favoriete tracks om te horen wat een versterker aan laagweergave in zijn mars heeft is Path 1 op het album Labyrinth van Pete Namlook en Lorenzo Montana. In deze volledig elektronische dwaaltuin zit werkelijk putdiep laag dat bij de juiste stand van de volumeknop mijn luisterbank doet trillen. Met mijn EVO400i is het laag echt heel geweldig, maar het allerlaatste streepje ‘push’ zit er niet in. Hoe hard ik ook draai. Dat is anders met de EVO 300 Hybrid Integrated. Als dat mijzelf nog niet duidelijk was, dan viel het wel te concluderen uit de opmerking van mijn Lief, die naast me zat en zei: “Kan het wat minder, de bank trilt ervan!”.

Naast het moddervette laag is er in deze track gelukkig nog meer interessants te beleven. Na precies anderhalve minuut wordt er percussief geluidje aan de bijna holografische mix toegevoegd dat nog het meeste lijkt op een tik op een woodblock, maar dan voorzien van een delay zodat een echoënd effect ontstaat. Dit geluid blijft gedurende de ruim 19 minuten die de track duurt met tussenpozen hoorbaar en het is een soort obsessie voor me geworden. Op een goede set hoor je namelijk dat elk geluidje een net iets andere tonale structuur heeft, dat ze allemaal een verschillende attack hebben worden en vooral dat ze allemaal op een andere plek in de mix staan. Dan weer wat verder naar voren en een beetje links van het midden, dan weer wat verder naar achteren en meer naar rechts, en op diverse plaatsen daar tussenin.

Je zou met wat fantasie een lijn tussen de geluidjes kunnen trekken die van linksvoor precies door het midden naar rechtsachter loopt. Hoe duidelijker dit te horen is, hoe beter de set presteert op het gebied van timing en de fasereinheid van het stereo-signaal, en de EVO 300 Hybrid sloeg wat dit betreft echt een homerun.

Luisteren met de Elipson Heritage XLS15

Hoewel deze review niet over de Elipsons gaat zijn ze wel degelijk een korte vermelding waard. Ik had op basis van hun rendement van 92dB namelijk verwacht dat mijn EVO400i er geen kind aan zou hebben, maar in mijn relatief kleine luisterruimte had ik moeite om hun tonale balans in orde te krijgen. Hier bracht de EVO 300 Hybrid de juiste controle over de 30 centimeter grote, wit papieren woofers van deze interessante retro-luidsprekers. Ook de ruimtelijkheid, die overigens zeer fraai was met de EVO400i, kwam bij de EVO 300 Hybrid erg mooi uit de verf.

Het uiterste hoog liep een heel klein beetje verder door, maar de Hybrid had wel degelijk het subtiele, verfijnde en harmonieuze karakter dat ik bij de full-tube versterker zo lekker vind. Modern klassiek werk, zoals het Affanoso uit de Symphony No. 4 (“Los Angeles”) van Arvo Pärt, werd met veel tastbare ruimtelijkheid en op grootse wijze weergegeven. Deze opname op ECM New Series heeft een hoog ‘erbij zijn’ gehalte, en dat wist de Hybrid op overtuigende wijze aan de in brede baffles gestoken drivers van de Elipson Heritage XLS15’s te ontlokken.

Luisteren met de KEF LS50 Anniversary Edition

Normaal luister ik op mijn werkkamer vele uren per dag naar deze opmerkelijke luidsprekers, die daar worden aangestuurd door een Peachtree Decco65, een ‘hybride’ Klasse D versterker die eigenlijk geen echte hybride is omdat de enkele ECC88 buis die erin zit meer als een soort parallelle equalizer kan worden bijgeschakeld. Het klinkt niettemin zeer goed en in de nearfield opstelling waarin ik op mijn werkkamer luister zijn de LS50’s echt ongelooflijk ruimtelijke luidsprekers, waar meer laag uit komt dan je op basis van hun bescheiden specificaties zou verwachten. Wanneer ze beneden worden neergezet, op door mijzelf kritisch gedempte Norstone Stylum 60 voetjes, geven ze een enórm ruimtelijk beeld, maar blijft aan mijn EVO400i de ‘sprankeling’ in het hoog een fractie onderbelicht. Met de PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated is dat anders.

Hetzelfde waanzinnig grote beeld, maar met méér detaillering. Dat werkte fantastisch met de elpee-versie van Shimmer Into Nature, het jongste solo-album van Ozric Tentacles voorman Ed Wynne. De muziek, een instrumentale mix van elektronische spacerock, oosterse mystiek en virtuoos gitaarwerk, lijkt erg op die van ‘zijn’ Ozrics maar heeft een wat ‘relaxtere’ en meer gepolijste vibe. Hier verdwenen de LS50’s volledig uit het geluidsbeeld en werd ik ondergedompeld in een grootse bubbel van geluidjes. En dat is nét zoveel de verdienste van de EVO 300 Hybrid als van de puntbron-units waarmee de LS50 is uitgerust.

Tube Rolling met de EVO 300 Hybrid Integrated

Zoals ik al eerder vertelde hebben veel eigenaren van buizenversterkers – mijzelf incluis – er aardigheid in om andere buizen in hun versterkers te zetten. Daarmee kan namelijk de klank nog een beetje naar onze smaak of de akoestische karakteristiek van onze luisterruimte worden getuned. Dit noemen we ‘tube rolling’. Voor mij was dat vooral een ding toen ik net weer naar buizen was overgestapt, maar na het vinden van de ‘perfecte combinatie’ ben ik er inmiddels wel zo’n beetje mee klaar. Ik heb vooral veel geëxperimenteerd met de 12AU7 dubbeltriodes in de voortrap van mijn EVO400i. In een full-tube buizenversterker zijn daar stiekem best forse veranderingen mee te realiseren, véél meer dan met andere eindbuizen of drivers. Maar hoe zou dat in combinatie met een MOSFET eindtrap uitpakken? De voorversterker in de EVO 300 Hybrid Integrated lijkt heel erg op die in de EVO 300i (en dus óók op die in de 400i) dus ik verwachtte er eigenlijk best wel wat van. 

Maar ik moet de fanatieke ‘rollers’ helaas teleurstellen. De verschillen die ik met diverse NOS paartjes hoorde waren klein en ik vond ze stuk voor stuk geen verbetering ten opzichte van de standaard PrimaLuna buizen. Of het nu de ongelooflijk holografische maar slank klinkende Tesla ECC802S’en waren, of de juist vrij warm klinkende Raytheon JAN-CRP 5814A’s uit december 1952, de fraai uitgebalanceerde Toshiba 12AU7A’s uit de jaren 70 of de bij Mullard gemaakte Philips Miniwatt CV491’s met hun glorieuze middengebied, telkens wanneer ik de eigen PrimaLuna buisjes er terug in stak viel het geluidsbeeld in zijn totaliteit als het ware weer op zijn plek. Er is door PrimaLuna eindbaas Herman van den Dungen, ‘Floyd’ ontwerper Jan de Groot en het PrimaLuna ingenieursteam in China twee jaar aan de hybride combinatie van de buizen voortrap en de MOSFET eindtrap gewerkt. Dat de in eigen huis gebruikte standaardbuizen daarbij uiteindelijk het beste presteerden verbaasde me dus eigenlijk niet. Sommigen zullen ervan balen, ik zie het vooral als een geruststelling. Want de PrimaLuna buizen zijn afkomstig uit hedendaagse productie en dus eenvoudig en betaalbaar te vervangen als dat nodig is.

Conclusie

De PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated is een geweldige versterker. Ten eerste omdat hij klinkt als een PrimaLuna. Dat was wat mij betreft misschien wel de belangrijkste vereiste. Ten tweede omdat hij er ten opzichte van de EVO400i op belangrijke aspecten nog een schepje bovenop doet qua controle en kracht in de laagweergave. Ten derde omdat hij ook gebóúwd is als een PrimaLuna. En ten slotte omdat er een prachtig en innovatief Nederlands versterker-ontwerp in wordt gebruikt. Het Floyd concept biedt in de EVO 300 Hybrid op zeer geslaagde wijze het beste van twee werelden, met behoud van de sterke punten van beide.

Vlak voor het voltooien van deze review hoorde ik de adviesprijs, en die durf ik ten opzichte van internationale topproducten concurrerend te noemen. PrimaLuna heeft misschien nog niet de allure en de ‘heritage’ van sommige oude en eerbiedwaardige Amerikaanse en Japanse topmerken, maar kan zich er qua geluidskwaliteit, constructie, componentkeuze, betrouwbaarheid, duurzaamheid en service wél moeiteloos mee meten. Hoe deze versterker zich klankmatig positioneert is wat mij betreft een kwestie van smaak, niet van absolute geluidskwaliteit. De PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated klonk mij in elk geval als muziek in de oren. Dutch Design van wereldklasse!

Of er plannen bestaan om de Hybrid lijn binnen het PrimaLuna assortiment nog verder uit te breiden weet ik niet (een eindversterker dan eerst, als ik een suggestie mag doen…) maar deze PrimaLuna EVO 300 Hybrid Integrated zal onder fanatieke PrimaLuna bezitters waarschijnlijk al een flinke schok veroorzaken. In de gezellige Facebook groep van PrimaLuna versterker-eigenaren wordt de laatste jaren steeds openlijker gedroomd over PrimaLuna Single Ended Triode versterkers of een full-tube phonotrap, maar niemand zal deze stap hebben zien aankomen. Ik daag iedereen die nu met een PrimaLuna buizen-voorversterker en een solid-state eindversterker van een ander merk speelt uit om deze EVO 300 Hybrid ernaast te zetten en er met een open mind naar te luisteren. Maar wees vervolgens wél bereid om de komende jaren wat minder uitbundig op vakantie te gaan.

PrimaLuna EVO 300 Hybrid
€ 6.975 | zilver of zwart front | primaluna.nl | moremusic.nl

PrimaLuna TweeLuik: lees ook de review van Rene

EDITORS' CHOICE