REVIEWKEF

Review: KEF LS50 Meta


Max Delissen | 17 december 2020 | Fotografie Fabrikant | KEF

SAMENVATTING

Als je op dit moment voor minder dan 1500 euro per paar een set nieuwe allround luidsprekers zoekt, dan zul je hard moeten zoeken om een betere deal te vinden dan de KEF LS50 Meta. Welverdiende reviewscore: 5 sterren.

PLUSPUNTEN

  • Ongekleurde maar kleurrijke weergave
  • Verbeterde transparantie
  • Nog ruimtelijker dan de ‘oude’ LS50
  • Verbeterde ‘nearfield’ weergave
  • Verbeterde weergave in de huiskamer
  • Diepere laagweergave dan gespecificeerd
  • Strakkere afwerking
  • Ook heel goed aan betaalbare versterkers
  • Prijs is ongewijzigd

MINPUNTEN

  • Het allerlaagste laag komt er niet uit
  • Verder helemaal niets

Toen ik eerder dit jaar persberichten voorbij zag komen over de nieuwe KEF LS50 Meta maakte zich een soort kinderlijke opwinding van me meester. Deze opvolger van ‘mijn’ LS50 – hoe dat zit vertel ik verderop – beloofde een zeer interessante evolutie te bieden, en dus wilde ik een paartje in huis hebben om ze te recenseren. Want als er iemand was die dat kon, zo maakte ik mezelf wijs, dan was ik het wel. Ik luisterde immers al bijna 8 jaar naar zijn illustere voorganger. Dat pleidooi was bij HIFI.NL niet aan dovemansoren gericht, en dus werd het paartje dat reeds bij collega Jamie Biesemans stond te wachten op beluistering in goed collegiaal overleg naar Eindhoven doorgestuurd. Het werden een paar zeer interessante weken…

Ik kan me de introductie van de originele KEF LS50 nog herinneren als de dag van gisteren. Het was in 2012, op de ochtend van de eerste dag van de High End München. KEF bestond dat jaar een halve eeuw en vierde dat met een jubileumluidspreker. Daar hadden ze groots mee kunnen uitpakken, met een exorbitante ‘kijk-ons-eens’ bolide van een vloerstaander, en daar had niemand bezwaar tegen gehad. Maar in één van de sympathiekste gestes aller tijden aan de liefhebbers van het merk werd het feestmodel een compacte en alleszins betaalbare monitor. Een ode aan de originele BBC monitor LS3/5a, die jarenlang gebouwd werd op basis van KEF luidsprekerunits, en die onder audiofielen wereldwijd nog steeds een onverwoestbare reputatie heeft. Maar vooral ook een proeve van bekwaamheid van de luidsprekerfabrikant die, in de vroege jaren 70 van de vorige eeuw, als eerste ter wereld gebruik maakte van de computer om betere luidsprekers te kunnen bouwen.

Het zat vol in de grote ruimte van KEF, maar ik had door op tijd te komen een goed plekje weten te bemachtigen. Johan Coorg, de onvermoeibare ‘Brand Ambassador’ van KEF, vertelde kort iets over de eenvoudige Arcam set waarmee hij de luidsprekers ging aansturen, en verklaarde toen dat hij de luidsprekers voor zichzelf zou laten spreken. Met een stalen gezicht legde hij het debuut-album van Rage Against The Machine in de cd-lade, draaide de volumeknop ongeveer half open en startte track 2, Killing In The Name. Met het feestje in het Hofbrauhaus de avond ervoor nog een beetje tussen de oren wist ik me, amper bijgekomen van de shock van de explosieve powercords waarmee het nummer opent, na de basriff en de zes dubbelslagen op de cowbells (hadden er wel meer mogen zijn) toch nog binnen 0,2 seconden om te draaien naar de Nederlandse vertegenwoordiger van KEF, die met een enorme grijns op zijn gezicht schuin achter me zat, en een paartje te bestellen. Die LS50, in zijn zwarte hoogglans behuizing, met zijn enkele koperkleurige Uni-Q luidsprekerunit in de massieve gebolde baffle, is al sinds 2012 mijn trouwe muzikale metgezel die me op mijn werkkamer elke dag van mooie muziek voorziet. Vrachtwagenladingen hebben ze ervan verkocht, de LS50 is waarschijnlijk de meest succesvolle monitorluidspreker uit de geschiedenis. En nu is er de LS50 Meta en ik verkeer zéér ernstig in dubio. Niet omdat ik de LS50 Meta geen goede luidspreker vind. In tegendeel. Maar omdat ik eigenlijk helemaal geen afscheid wil nemen van mijn huidige setje.

Metamateriaal en de KEF LS50

Zoals ik al zei was KEF de eerste luidsprekerfabrikant ter wereld (in 1973 om precies te zijn) die gebruik maakte van computerberekeningen om het ontwerpproces te ondersteunen. Die voortrekkersrol zijn ze altijd blijven spelen, en ze hebben ook een neus voor het aantrekken van de juiste mensen. De jonge en ambitieuze akoestisch ingenieur Jack Oclee-Brown, die als stagiaire binnenkwam en tegenwoordig de scepter zwaait over de afdeling Research & Development, is zo’n voorbeeld van een gouden greep. Onder zijn leiding kwamen modellen als de Muon, de Blades en dus ook de LS50 uit het designlaboratorium van de Kent Engineering & Foundry gerold. Totaal verschillende en binnen het assortiment op zichzelf staande modellen, die samen tóch een soort uitzonderlijke niet-bestaande serie vormen die naast de Reference serie staat.

Dat de originele LS50 aan een technische opknapbeurt toe was durf ik niet te beweren. Een model dat al bijna 9 jaar onverminderd succesvol is en dat zich nog steeds met soort- en prijsgenoten kan meten, en waar twee zeer succesvolle actieve modellen van zijn afgeleid, die hóéf je niet aan te passen. Tenzij je iets bedacht hebt waarmee je een significante verbetering kunt doorvoeren zonder dat je er een totaal nieuwe luidspreker voor hoeft te ontwikkelen. En dat was de toepassing van Metamaterial Absorption Technology. Daarvoor moet ik eerst uitleggen wat een metamateriaal is, en dat zal voor sommigen best taaie kost zijn. Ik zal proberen het zo kort mogelijk te houden. Een metamateriaal is een door de mens ontwikkeld materiaal dat specifiek ontworpen is om bepaalde eigenschappen te hebben, waarvoor anders op bestaande materialen moet worden vertrouwd die ‘toevallig’ min of meer de gezochte eigenschappen hebben.

In het veld van de luidsprekertechnologie geldt dat bijvoorbeeld voor het dempingsmateriaal. In luidsprekers worden daar vaak verschillende soorten schuim voor gebruikt, of synthetische of natuurlijke vezels. Het doel van die materialen is om aan de binnenkant van de luidsprekerbehuizing geluid te absorberen en te dempen, zodat alleen het naar voren afgestraalde geluid van de luidsprekerunits een rol speelt. Want omdat vrijwel alle luidsprekers die met een bewegend membraan werken ook geluid naar achteren afstralen, de behuizing in, moet je als luidsprekerontwerper rekening houden met dat geluid. Omdat een deel ervan met een lichte vertraging terugkomt bij het trillende luidsprekermembraan zorgt het voor een bepaalde mate van versmering en akoestische uitdoving, waar de transparantie van het geluid onder te lijden heeft. Het afgestraalde geluid van woofer-middentoners laat zich nog redelijk goed absorberen door gebruik te maken van bestaande akoestische materialen, maar bij de hoge frequenties die door de tweeter worden afgegeven is dat veel lastiger. En daar ligt dus een toepassingsmogelijkheid voor een metamateriaal.

Oclee-Brown en zijn team ontwikkelden in samenwerking met een akoestiekspecialist uit Hong Kong een schijf die achterop het ventilatiegat van de tweeter in de Uni-Q unit wordt geplaatst. Die schijf, met een diameter van ongeveer 8 centimeter, is uit drie lagen opgebouwd en bevat een met behulp van de computer ontworpen netwerk van 30 gevouwen labyrintjes van verschillende vorm en lengte, die ieder op een eigen bandbreedte 99% van het geluid vanaf ongeveer 600 Hz absorberen. Het ding doet nog het meeste denken aan zo’n rond plastic speelgoeddoolhofje waar je een minuscuul stalen knikkertje in moet laten rondrollen op weg naar het midden. Deze schijf metamateriaal heeft aan één kant een opening die op het ventilatiegat van de tweeter wordt geplaatst, waar normaalgesproken de naar achteren afgestraalde hoge tonen uit komen. Deze oplossing, op basis van zogenoemde ‘quarter wave absorptie’, is een stuk eleganter dan een met schuim en vezels gevulde buis van meer dan een meter lang, die nodig zou zijn om ongeveer hetzelfde te doen. Het effect van deze ogenschijnlijk eenvoudige, maar stiekem behoorlijk geniale vinding is groter dan het ontwerpteam had durven dromen.

Behalve dat er geen naar achteren afgestraald geluid van de tweeter meer in het spel is werd ook de ventilatiesleuf tussen de Uni-Q tweeterunit en de 5,25 inch Uni-Q woofer/middentoner aangepast. Daar is nu een demper in geplaatst die de focus van de hoge tonen nog beter maakt. Ook de Tangerine Waveguide, de op de partjes van een citrusvrucht lijkende gecompliceerde akoestische lens die voor de 1 inch aluminium tweeterdome is geplaatst, kon verder worden verbeterd. De KEF LS 50 Meta is daarmee dus voorzien van alweer de twaalfde generatie Uni-Q unit. Verder werd de interne bracing van de kast verbeterd, waardoor die nu nóg stijver is, en de afwerking aan de buitenkant veranderde van hoogglans naar mat, wat ik mooier vind. Aan de achterkant vind je de wat strakker afgewerkte ovale baspoort en nog steeds maar 1 paar luidsprekerklemmen. Geen bi-wiring mogelijkheid dus, wat ik overigens toejuich. De gevoeligheid bedraagt 85dB bij 1W/1m, wat een beetje aan de lage kant is maar voor een monitor niet ongebruikelijk, en door de vriendelijke impedantie-karakteristiek, die nominaal 8? bedraagt maar nergens onder de 3,5? duikt, is het geen lastig aan te sturen luidspreker, hoewel een beetje vermogen alsnog geen kwaad kan. Het frequentiebereik loopt op papier van 79Hz tot 28kHz (-3dB) maar in de praktijk gaat hij, als je hem met beleid wat dichter bij de achterwand plaatst, een stuk dieper.

Opstellen en luisteren 1

Omdat ik de originele LS50 dagelijks zo’n 6 tot 8 uur in een near-field opstelling beluister wanneer ik achter mijn schrijfgetouw zit, was het logisch om de LS50 Meta eerst uitgebreid in die setting aan de klankmatige tand te voelen. Een 1 op 1 wisseltruc dus. Ze werden met AudioQuest CV4.2 luidsprekerkabel op mijn Peachtree Decco65 hybride Klasse D versterker aangesloten, met in de voortrap een NOS Sylvania 6922 buis. Streaming verliep via een als Roon eindpunt dienende Bluesound Node1, die bij gebrek aan een coaxiale digitale uitgang via een AudioQuest Vodka Optical op de DAC van de Peachtree is aangesloten.

Omdat ik de luidsprekers ingespeeld en wel kreeg heb ik weinig tijd besteed aan de inleidende beschietingen. Gewoon meteen volle kracht vooruit, en daar pak ik dan graag een oude bekende voor in de vorm van Happiness Is Easy, van het album The Colour Of Spring van Talk Talk. En dat was even schrikken. Niet dat mijn ‘oude’ LS50’s gedeclasseerd werden, maar de KEF LS50 Meta is op een aantal vlakken echt behoorlijk veel beter. Het kleine zweempje warmte in het hogere middengebied, dat ik altijd als prettig heb ervaren bij de oude LS50, was weg, waardoor de balans van de weergave opeens een stuk opener en evenwichtiger werd. Het laag leek dieper te gaan, maar bij nadere beluistering bleek er gewoon meer contour en textuur in te zitten. De stem van Marc Hollis kwam verder naar voren uit de mix, en de vele kleine percussiegeluidjes in deze track waren dynamischer en veel beter los te volgen, zonder het overzicht op het geheel kwijt te raken. Het hoog liep verder door en klonk schoner en verfijnder, dat is misschien wel de grootste winst. De beleving van de track nam door dit alles – ik steek even een natte vinger in de lucht – met minstens een kwart toe.

Dan de ruimtelijkheid. Waar de oude LS50 het als puntbron op dat vlak al ongelooflijk goed doet wist de LS50 Meta de ‘bubbel’ waar ik in deze nearfield setup middenin zit voor mijn gevoel minstens een meter naar alle kanten (dus ook naar boven) groter te maken. Het ‘inzicht’ in wat er dieper in de muziek gebeurt is zoveel groter dat ik een paar remastering-projecten waar ik in mijn vrije tijd mee bezig ben erbij pakte, en daadwerkelijk nog wat puntjes op de i kon zetten. Als muziekweergever én als monitor in de professionele zin van het woord is de KEF LS50 Meta dus een flinke stap voorwaarts ten opzichte van zijn op beide vlakken al geweldige oudere broer.

Opstellen en luisteren 2

Tijd om de grote Kharma prototypes in mijn woonkamer van hun plek te trekken en de LS50 Meta’s in een echte high end setting aan de tand te voelen. Daartoe mochten ze plaatsnemen op gedempte NorStone stands, met vier mopjes Bluetack tussen het plateau van de stand en de onderkant van de luidspreker. KEF levert er kleine rubberen voetjes bij, maar die heb ik er bij deze verder nog smetteloze exemplaren maar niet onder geplakt. Bovendien fixeert Bluetack de speakers zonder residu achter te laten lekker stevig aan de voetjes, wat met de dikke AudioQuest William Tell Zero luidsprekerkabels die ik erop aansloot geen overbodige luxe was.

Na wat heen en weer prikken bleken de LS50 Meta’s het beste te klinken aan de 8? taps van mijn PrimaLuna EVO 400i, aan een solid-state versterker hoeft hier uiteraard geen rekening mee te worden gehouden. Bronnen in deze set waren de Auralic Altair G1 streamer als Roon eindpunt, aangesloten op een English Electric 8Switch voor de ethernet-data. Analoge klanken werden beluisterd vanaf mijn Thorens TD125 met Jelco SA750E arm, AudioTechnica AT-LH15 headshell met Holistic Audio HA-103C element en de Audio Creative Phonodude buizen phonotrap. Alle bekabeling was van AudioQuest.

In deze setting heb ik, bij de ‘changementen’ die onvermijdelijk volgen op luidsprekerrecensies, mijn oude LS50’s regelmatig even neergezet. Gewoon voor de lol. En hoewel het ruimtelijk beeld dat zij daarbij neer wisten te zetten dat van mijn referentie soms overtrof, vond ik de tonale balans altijd wat aan de donkere kant. De detaillering die in de nearfield setup zo mooi in balans is leek in de grotere woonkamer net wat adem tekort te komen. Niet zo met de nieuwe KEF LS50 Meta. Hun net wat neutralere karakteristiek, met verder doorlopende hoogweergave, betere dynamiek en grotere ruimtelijkheid, overtuigden nu vanaf de eerste seconde.

Een opname vanaf plaat van het psychedelisch/electronische project Orbit Service klonk groots en verrassend gewichtig, waarbij het geluid zich aan weerszijden meters voorbij de luidsprekers uitstrekte en tot ver in de diepte details projecteerde. Het laag ging verrassend diep en sloot perfect aan bij de rest van het weergegeven spectrum. Er was geen enkele sprake van boominess of one-note-bass, het laag dat eruit kwam was diep, sonoor, soepel en veelkleurig, kortom van grote klasse. Nu echter toonde de LS50 Meta zijn - misschien wel enige - echte beperking. Het opgegeven frequentiebereik van 79Hz bij -3dB is uitermate conservatief gespecificeerd, ze gaan dieper. Niet alleen gevoelsmatig, maar gewoon écht dieper. De testtracks met lage tonen die ik gebruikte om dat vast te stellen onthulden echter onverbiddelijk dat het - voor de rest uitstekende - laag onder de 50Hz toch wel heel snel afviel in mijn kamer. De vraag is of je dat het 13-centimeter woofertje kunt aanrekenen of dat je juist een doos sigaren naar de R&D afdeling van KEF moet sturen voor het laag dat ze er nog op zo’n hoogwaardige manier uit hebben weten te krijgen. Ik neig heel erg naar het laatste. Kan ik leven zonder de putdiepe bas in het nummer Le Temps Passé van Michel Jonasz? Zonder het niersteenvergruizende laag van het elektronische geweldsdelict dat Lorn heet? Zonder het subsonische oerknal-gerommel in The Sentinel van Jonn Serrie? Het eerlijke antwoord is nee, want laagjagen is nu eenmaal een relatief onschuldige afwijking van mij, maar er is natuurlijk altijd een bijpassende subwoofer te vinden.

Tijd om conclusies te trekken

De KEF LS50 Meta is beter dan zijn oudere broer. Punt. Is hij véél beter? Hmmmjaaa, ik zou zeggen van wel. Maar laat duidelijk zijn dat de oude LS50 het niet voor niets al bijna 9 jaar uithoudt in mijn werkkamer en in de sets van tien- zo niet honderdduizenden andere blije muziekliefhebbers. Niettemin is KEF erin geslaagd om hun eigen klassieker te verbeteren, waarmee ze vrijwel zeker opnieuw 9 jaar aan de levenscyclus van deze bijzondere luidspreker hebben toegevoegd. Alleen dát is al een uitzonderlijke prestatie. Waar de LS50 Meta de echte voorsprong pakt is op het gebied van natuurlijkheid, ruimtelijke weergave en dynamiek. Hij maakt daarmee de belofte van een studiomonitor én een huiskamervriendelijke luidspreker te zijn op een paar puntjes nét wat méér waar dan zijn oudere broer. Moet iedereen die een set oude LS50’s heeft die nu verkopen en de LS50 Meta kopen? Tsja, daar ga ik natuurlijk niet over. KEF heeft keurig met het nieuwe model gewacht tot ze er een significant betere luidspreker van konden maken, en dat mag natuurlijk beloond worden. Maar ik verkeer zoals ik eerder al zei ernstig in dubio. Enerzijds heb ik al steelse blikken op mijn steeds benauwder kijkende spaarvarken geworpen (dat ik sindsdien een beetje uit het oog ben verloren, zó gek…), maar anderzijds heb ik het gevoel dat het paartje ‘Anniversary’s’ op mijn werkkamer inmiddels tot de intimi behoort. Het zijn trouwe vrienden geworden, en die dank je niet zomaar af omdat er een nieuwer en glimmender model voorbijkomt (wat sowieso niet klopt, want de nieuwe lak is mat, en…bladiebladiebla, ik ben uitvluchten aan het zoeken).

Laat ik eindigen met een wat officiëlere conclusie, die ik ophang aan het niet-verhoogde(!) prijskaartje van de nieuwe KEF LS50 Meta. En aan de persoonlijke ervaring die ik er de afgelopen weken mee heb opgedaan. Als je op dit moment voor minder dan 1500 euro per paar een set nieuwe allround luidsprekers zoekt, dan zul je hard moeten zoeken om een betere deal te vinden dan de KEF LS50 Meta. Welverdiende reviewscore: 5 sterren. En daar, lieve lezer, zult u het mee moeten doen. Ik ga ondertussen nog ff kijken waar dat varken gebleven is…

KEF LS50 Meta
€ 1.199 euro per paar | 
nl.kef.com
Beoordeling, onvermijdelijk: 5 / 5

MERK

EDITORS' CHOICE