REVIEWT+A

Review T+A 200-modellen: niets bescheidens aan compacte T+A's

Jamie Biesemans | 15 november 2022 | T+A

SAMENVATTING

Indrukwekkende componenten maken is een ding, maar de kers op de taart is de uitstekende integratie tussen de verschillende Serie 200-toestellen. Onder meer de SYS-link, maar ook de app en de afstandsbediening, maken dit een naadloos geheel dat aanvoelt als een compleet muzieksysteem, geen collectie audioapparaten.

PLUSPUNTEN

  • Systeemintegratie en -bediening
  • Uitstekende DAC met goede DSD-verwerking
  • A 200 biedt veel vermogen, verdubbelen met M 200 kan
  • MP 200 is wel heel flexibele bron
  • Frisse, natuurlijke weergave

MINPUNTEN

  • Geen kant-en-klare manier op vinyl toe te voegen
  • Hogere prijsklasse

Grote, zware toestellen met veel Duitse vernuft gebouwd en pronkend met groene VU-meters. Dat is voor velen T+A. Met de Serie 200 verpakt het merk uit Herford zijn kernwaarden in iets veel compacters. De Duitsers willen echter niet inleveren op vlak van geluidskwaliteit en hun hifi-DNA. Compromisloos, wat onder meer blijkt uit de keuze voor Purifi-versterking. Tijd voor een test van nagenoeg heel de 200-reeks!

T+A

T+A is zo’n hifi-merk dat bij ons altijd wel present is maar voorheen niet altijd enorm in de kijker liep. Dat is in Duitsland wel even anders. Loop maar rond op High-End München, en je zal ontdekken dat het bedrijf meerdere prominente kamers inneemt en veel bekijks oogst. Onder meer de opengewerkte versies van zijn machtige versterkers met groene displays en met demo’s van high-end luidsprekers lokken veel bezoekers. En wie bij het woord ‘luidsprekers’ opkijkt: T+A is van origine zelfs een speakerbouwer. De componenten volgden later…

Buiten veel bewondering hebben voor de bouwkwaliteit en uitzicht van hun producten, stopte daar echter onze persoonlijke ervaring met T+A-producten. Pas vorig jaar kwam daar verandering in toen het bedrijf voor het eerst hoofdtelefoons introduceerde, aangevuld met de HA 200-DA-converter en hoofdtelefoonversterker. Wat we toen niet wisten – en we waren ook meer gefocust op die Solitaire-koptelefoons – was dat dit slechts de eerste telg was van een uitgebreide familie. Kleiner dan de norm, maar wel met onder de motorkap de beste componenten.

Zo komen we bij deze uitgebreide review, waarin we alle andere toestellen uit de Serie 200 gaan bekijken. Waar de HA 200 wellicht solo door de headfi-liefhebber wordt gebruikt, vormen de digitale MP 200-speler, de DAC 200 en de A 200-stereoversterker samen een fraai hifi-setje. Wil je meer power? De A 200 kun je dan vervangen door twee M 200-monoblokken. Interessant: zowel de A 200 als de M 200 passen de Purifi-modules toe, zowat het nec plus ultra qua klasse D.

Je kunt natuurlijk de Serie 200-componenten afzonderlijk gebruiken. De DAC 200 werkt probleemloos met een ander netwerktransport en het kan ook een eindtrap van een ander merk aansturen. En ook de MP 200 kun je met een DAC/voorversterker naar keuze combineren. Kortom, elk T+A-onderdeel staat op zichzelf. Maar toch lijkt dit een reeks bij uitstek die in z’n geheel zal verkocht worden.

Elk een eigen functie 

De verschillende Serie 200 toestellen delen dezelfde afmetingen. En die zijn relatief bescheiden – behalve als het gaat om gewicht. Het stoere metalen chassis is bij de vier toestellen die we bekijken grotendeels hetzelfde. Ook de hoge graad van afwerking en een impressieve bouwkwaliteit komt altijd weer terug. Zo niet gebouwd als een tank, dan zijn deze T+A’s toch gebouwd als iets heel stevig dat wel een veldslag of twee kan overleven. Maar ondanks de gelijkenissen presenteert elk Serie 200-apparaat zich net weer anders. Dat is ook logisch, omdat ze elk een heel andere rol op zich nemen.

De MP 200 en de DAC 200 zijn in dit verhaal zonder twijfel de blikvangers, waarbij die laatste enorm opvalt dankzij z’n twee VU-meters. Met verlichte witte achtergrond, toch zo uit de doos. Want wat blijkt? De T in T+A staat voor Technik, officieel dan, maar in dit geval misschien ook voor ‘Tweaking’. Je kunt die verlichting namelijk van kleur veranderen. Niet gewoon door een kleur te kiezen, wel door de drie basiskleuren in andere verhoudingen toe te passen. Spielerei en ook niet de reden waarom je deze DAC zou moeten kopen – maar wel leuk. Alleen konden we het niet afregelen op het typische groen van de grote T+A’s krijgen – het is net een andere tint.

Zowel de MP 200 als de DAC 200 pronken met eenzelfde OLED-display met witte letters, met daaronder een hele rij toetsen en helemaal rechts een grote volumeknop. De vele knoppen en bijhorende leds geven de toestellen echt een hoogtechnologische uitstraling. Wat is het omgekeerde van minimalisme alweer? Tja, de A 200- of M 200-versterkers misschien, want die eindtrappen hebben een sober voorpaneel dat in vergelijking helemaal kaal overkomt. Niet dat er iets mis is met kaal, beste lezer.

DAC propvol techniek 

Wat is een hifi-systeem juist? Meestal een bron (of twee) en dan een versterker, zeker als het gaat om iets compact en woonkamervriendelijk. Hier is dat met de combinatie van de MP 200 en DAC 200 iets anders. Dat voelt ook heel T+A’s aan. Er is de DAC 200 bijvoorbeeld, een DA-converter gecombineerd met een analoge volumecontrole die bij elke stap een luide klik produceert. Lastig? Neen, je hebt net het gevoel dat je iets heel gewichtig doet – terwijl je eigenlijk gewoon de muziek iets luider zet.

T+A verkiest om deze DAC relatief ‘puur’ te houden, zonder ingebouwde streamingopties. Daar dient daar weer de MP 200 voor. Omslachtig? De Duitsers zien het anders. De DAC 200, die moet exclusief gericht zijn op het omzetten van digitale stromen naar een analoog signaal. Zo zijn er wel meer, denk je dan, maar als je dieper duikt in wat dit toestel doet besef je dat de nadruk op ‘techniek’ in de merknaam niet pure marketing is.

Zo vindt T+A dat je DSD en PCM niet gelijk mag behandelen en door dezelfde DAC-chip jagen (wat soms betekent dat DSD intern in PCM wordt omgezet). Daarom heeft de DA 200 twee aparte paden voor conversie voorzien. Klik je op play bij je DSD-bestanden (tot DSD1024), dan wordt de eigen True 1-bit convertor toegepast waarbij de stream native wordt afgespeeld. D PCM-audio – en dat zijn FLAC’s, ALAC’s, WAV’s, en meer tot 768 kHz – worden verwerkt door een achtvoudige Burr-Brown DAC-chipopstelling waarbij elk stereokanaal afzonderlijk door vier chips wordt afgehandeld. Dat zijn veel van die dingen, maar door ze differentieel te combineren wordt ruis met 6 dB verminderd. Er zit nog wat meer eigen technologie in het kastje, onder meer in de vorm van vier eigen upsamplingopties en twee NOS-filters. We hebben trouwens tijdens het testen wel gespeeld met de vele filteropties, maar uiteindelijk toch voor eenvoud gekozen. De NOS2-stand doet niet aan upsampling, en dat is prima. T+A zegt daarnaast de nodige stappen te hebben genomen om het digitale gedeelte galvanisch te scheiden van het analoge uitgangsgedeelte.

Een HDMI-kabel naar de tv? 

Digitale bronnen aansluiten op de DA 200 is niet bepaald moeilijk door de vele inputs. Het basisaanbod bestaat uit een AES-EBU-input, een BNC-connector, twee coaxiale aansluitingen en twee optische ingangen. Dit alles wordt aangevuld door twee USB-poorten die kunnen dienen om hi-resaudio aan te leveren, bijvoorbeeld vanaf een computer. Wel je iets analoog aansluiten? Dat kan via de ene analoge cinch-paar. Er is echter geen echte phono-ingang, iets dat je kunt oplossen met een aparte phono-voorversterker. Vanuit technisch perspectief verstaanbaar dat T+A het zo aanpakt, maar een echte phono-ingang had het systeem echt helemaal compleet gemaakt.

De fabrikant biedt wél een heel ongewone optie voor een toestel als dit. Desgewenst kan de DA 200 uitgerust worden met een HDMI-poort met twee HDMI-ingangen en één HDMI-ARC-uitgang. Je kunt dit apparaat dus ook gebruiken om videobronnen en een tv aan te sluiten. In stereo uiteraard, niet surround, maar dat deert niet. Het is een interessante optie om je muzieksysteem echt als een alleskunner in te zetten.

Ook ongewoon is dat de hoofdtelefoonuitgang vooraan een gebalanceerde 4,4-mm Pentaconn is. Het wordt gevoed door een eigen klasse A-versterker die echt goed klinkt. Je kunt er dus al een betere hoofdtelefoon op gepaste wijze mee aansturen. Al betekent de keuze voor Pentaconn dat je bij vele koptelefoons een adapter naar 6,3 mm erbij moet halen.

Digitale allesspeler 

In de Serie 200-filosofie stream je via een apart toestel. Dat is dan de MP 200, een digitale alleskunner met veel streamingopties, maar ook veel meer. De fabrikant noemt het apparaat een Multi Source Player, wat de lading inderdaad perfect dekt. Naast een rits streamingopties (Bluetooth met aptX HD, Roon Ready, de eigen T+A-app, DLNA) bezit de T+A MP 200 een FM/DAB+-tuner én een cd-speler. Dat maakt dit toestel een talentrijk doosje. Als je dan nog bedenkt dat je de DAC 200 kunt uitbreiden met een HDMI-module zodat je tv-geluid en de audio van videobronnen zoals een console of Blu-ray-speler kan weergeven… T+A is hier voor een maxi-aanbod bronnen gegaan.

Net zoals er geen streaming in de DA 200 zit, zal je bij de MP 200 vruchteloos zoeken naar een analoge uitgang. De ontwerpers wilden geen DA-convertergedeelte in hetzelfde chassis stoppen. T+A merkt ook fijntjes op dat ze geen streamingmodules van derden gebruiken (zoals de StreamMagic-module die in veel hifi-toestellen te vinden is), maar dat alles in-huis ontwikkeld werd.

De T+A Navigator-app en de meegeleverde metalen afstandsbediening maken het schakelen tussen ingangen eenvoudig. T+A pakt het wat betreft het schakelen van de fysieke inputs wel excentriek aan. Om het aantal knoppen te minimaliseren, zowel op de DAC 200 als op de remote, zijn ze gegroepeerd. Je hebt dus een knop ‘optical’ waarbij je meermaals drukt om door de verschillende optische ingangen te wandelen. Het is weer net anders, maar je went er wel snel aan.

Op elkaar afgestemd

De meeste hifi-apparaten kun je met elkaar koppelen via een trigger. De powertoets indrukken op pakweg de versterker, doet ook de cd-speler ontwaken. Sommige merken gaan iets verder en laten toe dat je via een kabel bijvoorbeeld de cd-speler bedient. T+A gaat echter voor de complete integratie. Dat merk je al aan de kabel die je tussen elk 200-component legt: een ethernetkabel. Deze SYS-link dient niet enkel voor de sturing van de toestellen, maar ook voor de overdracht van digitale audio in hoge kwaliteit.

Het is bijvoorbeeld de enige kabel die we tussen de MP 200 en de DAC 200 leggen. Tussen de DAC en de versterkers loopt er wel een XLR-paartje, want dan gaat het om een analoog signaal.

Het voordeel van deze aanpak gaat verder dan met één druk op de remote-knop alle toestellen inschakelen. In de T+A MusicNavigator-app – die met de MP 200 verbindt – kun je bijvoorbeeld dankzij de SYS-link alle opties van de T+A DAC 200 aanpassen. Zelfs zaken op detailniveau, zoals wat die fraaie VU-meters nu juist tonen. Ingangsniveau of de output bijvoorbeeld. Je vindt er ook een ‘spannende’ optie als de output van DAC vastzetten op variabel of vast niveau. Best niet per ongeluk op tikken, denken we meermaals bij onszelf. Toch vind je hier niet alle opties van de DAC 200 terug, daarvoor zijn er te veel.

De T+A MusicNavigator-app kennen we nog van toen we de Caruso-toestellen testten. Een vertrouwde ervaring dus, al vermoeden we dat ook nieuwkomers er snel mee aan de slag kunnen. Een van de zaken die we appreciëren aan deze app is dat je overbodige bronnen kunt verstoppen. Dat doe je tijdens het instellen (of later, via de instellingen). Er zijn nu eenmaal veel streamingopties én ingangen, en de kans is groot dat je een aantal niet gaat gebruiken. Weg ermee, dat maakt de app helderder.

De app werkt ook soepel als het gaat om luistervoer zoeken. Naast podcasts en internetradio (of de échte radio, dat kan ook), vind je ook makkelijk muziek op het netwerk of bij de ondersteunde diensten (Qobuz, Tidal en Deezer onder meer). Op de website van T+A wordt gesteld dat Roon Ready-status nog niet klaar is, maar ons testtoestel werd probleemloos erkend als Roon-klaar en functioneerde helemaal naar behoren met de muzieksoftware.

Eerst en vooral natuurlijk 

In eerste instantie gaan we van start met de A 200, omdat die stereoversterker eigenlijk al bijzonder veel biedt qua vermogen. Een paar weken later kregen we na afloop van het Dutch Audio Event echter ook een paartje M 200’s mee van de distributeur. Boeiend, en dat maakte het stapeltje T+A meteen een stukje hoger. Tussendoor hebben we trouwens even de T+A-versterkers ingezet voor een surroundtest rond de Anthem AVM90-processor, maar dat lees je hier.

Wel is het interessant om stil te staan bij die twee versterkingsopties: één A 200 of twee M 200’s? Boeiend is dat ze beide dezelfde Purifi-modules toepassen, waardoor het theoretisch makkelijk vergelijken is. Omdat elke module maar een kanaal moet verzorgen, krijg je via de M 200 wel aanzienlijk meer vermogen tot je beschikking. De A 200 levert 2 x 125 Watt (8 Ohm), de M 200 levert 210 Watt per kanaal (8 Ohm). Je hebt natuurlijk twee van die M 200’s nodig om een stereosysteem te bouwen, waardoor je eindigt op 420 Watt in totaal.

Qua klankkarakter verwachten dus we geen immense verschillen tussen de A 200 en M 200. En dat was ook zo. Waar merk je dan wel het verschil? We vonden de Sopra’s met de twee monoblokken nog beter presteren. Hoewel deze luidsprekers an sich niet extreem moeilijk zijn om aan te sturen, heb je toch wat meer power nodig om het laag er helemaal uit te halen. Een track die net ruimer en dieper overkwam op de M 200-duo was bijvoorbeeld ‘Impedans’, elektronische folkmuziek van het Erlend Apneseth Trio. Of iets symfonisch met veel dynamiek, zoals het opzwepende Symphonie N°9 van Beethoven (ALAC 96/24) in de uitvoering van Berliner Philharmoniker onder leiding van Kirill Petrenko. De pauken die weergalmen door de grote concertzaal tijdens ‘Molto vivace – Presto’, tegen een achtergrond van strijkers die zich stilletjes houden, om dan heel het orkest te horen uitbarsten – geweldig. Het klinkt zowel bij de A 200 als de M 200’s levensecht en dynamisch opwindend, maar bij de monoblokken is er net een beetje meer.

Wat? ‘Meer’, daar kunnen we het wel op houden. Ook toen we de Bowers & Wilkins 702 S3 aan de twee M 200’s hingen vonden we dat extra vermogen wel nuttig. Meer dan bij de Focal, misschien. De hypnotiserende beats van ‘Now Is’ van Rival Consoles (Qobuz cd-kwaliteit) waren bij deze Britse speakers nog meer om jezelf in onder te dompelen. Maar die meerwaarde gaat er niet bij elke speaker zijn. Het hangt allemaal af van de karakteristieken van je weergevers. Overigens hebben we dit systeem (met twee M 200’s) op het DAE ook even gehoord met Criteron-speakers van T+A. Die heel korte indruk was wel positief, helemaal anders dan de Focals of Bowers & Wilkins die we gebruikt hebben. Ook een auditie waard, mocht je dit systeem overwegen. 

Terug naar de A 200 (en de Focals), want dat is toch de versterkerkeuze om te maken als je mikt op maximale geluidskwaliteit in de kleinste vorm. Die overweging is niet onbelangrijk, want de Serie 200 mikt volgens ons toch wel op lui die hun woonkamer niet willen ontsieren met een enorme stapel spullen. En dat is een trio van 200’s net aantrekkelijker dan een kwartet met twee M 200’s. Ondanks de opmerkingen die we net maakten, hebben we tijdens het testen niet de indruk dat de A 200 een bescheiden versterker is. Die Purifi-modules, die we reeds kennen van tests van de NAD C 298 en M 23, zijn nu eenmaal indrukwekkende motors.

Wie zich afvraagt hoe die A 200 zich verhoudt ten opzichte van pakweg de C 298 – die we vast in de testruimte hebben staan: de implementatie is trouwens net anders, met een voedingsgedeelte van T+A. Dat levert geen immense sonische verschillen op, de A 200 geeft wel de indruk iets meer greep op de zaak te houden. Controle en transparantie zijn daardoor nog meer de kerneigenschappen van dit Duits systeem, merken we snel.

Vederlicht en toch imposant, zo rolt ‘Rey’s Theme’ (ALAC 96/24) van The Force Awakens-soundtrack uit de Focals. De hoorns zijn in het bijzonder een dingetje in dit nummers, en de T+A-set zet ze zo ruimtevullend neer als John Williams het bedoeld heeft. Maar met een lichte toets, waardoor de fluiten en klokkenspel fijntjes zweven hoog op de soundstage. Het is heel fris en open, met nagenoeg geen kleuring.

Matt Berry kennen we als de knettergekke baas van Renholm Industries in de tv-reeks ‘IT Crowd’. Wat we zelf niet wisten is dat de man eveneens de maker is van nogal bijzondere elektronische muziek. Met dank aan een electrominnende broer, kwamen we zo onlangs ‘Music for Insommiacs’ op het spoor. Zoals de verpakking aangeeft, is dit hypnotiserende muziek die je brein in een nulstand zet – maar het is ook fascinerend om bij het bewustzijn te blijven en op dit T+A-systeem te genieten van – weer – de vederlichte, heel natuurlijke weergave van de vele synthetische klanken. Maar aangezien we nu niet klaar waren voor een tukje, schakelden we hierna snel over iets dat de bloed sneller doet vloeien.

De opzwepende openingstrack van ‘How Do You Burn’, ‘I’ll Make You See God’, komt als geroepen. Deze track hebben we als overtuigde Afghan Whigs-fans inmiddels al meermaals beluisterd; helaas, het is een productie dat niet zo verfijnd is. Het voordeel van de accurateresse die de Serie 2000 biedt is dat ook zo’n troebelere opname nog spannend en relatief helder wordt neergezet. De vaart blijft er in zitten, en dat is wel fijn.

Ook de cd-speler in de MP 200 toonde zich een kundige schijfjesdraaier. De dromerige liedjes op ‘Inni’ van Sigur Rós, met de overbekende hoge stem van Jónsi, die hier live werden geregistreerd, zet het T+A-systeem heel sfeervol neer. Alweer met die vederlichte toets dat zo natuurlijk aanvoelt. Een mooie prestatie.

Conclusie 

T+A’s 200-series is de paraplu waaronder een reeks compacte toestellen schuilen. Maar laten we duidelijk stellen dat ‘compact’ hier geen codewoord is voor ‘minder krachtig’, ‘compromisoplossing’ of ‘niet helemaal audiofiel’, en zeker ook niet ‘goedkoop’. Je kunt er niet aan ontsnappen dat de totaalprijs voor zelfs een basissysteem met een A 200-versterker wel wat is. Laat staan als je opteert voor de krachtige versie met twee M 200-monoblokken.

Voor dat geld krijg je wel een spectaculair systeem met alle mogelijkheden die je maar kun wensen en een focus op pure geluidskwaliteit. Met name de DAC 200 is een respectabel toestel dat een geweldige geluidskwaliteit levert. Ook de T+A MP 200 is technisch sterk, maar het is vooral zijn veelzijdigheid en de app-ervaring waarmee het boven het maaiveld uitsteekt. Wel heeft het zoveel functionaliteit dat het voor sommigen overkill gaat zijn.

Zowel de A 200 als een paar M 200 maken goed gebruik van de Purifi-modules om waanzinnig veel vermogen te leveren en luidsprekers strak en voorspelbaar aan te sturen. Of je de stereo- dan wel monoblok-versie kiest, hangt wat af van je luidsprekers en hoe ver je wil gaan. Maar zelfs die enkele A 200 presteert op een hoog niveau.

Indrukwekkende componenten maken is een ding, maar de kers op de taart is de uitstekende integratie tussen de verschillende Serie 200-toestellen. Onder meer de SYS-link, maar ook de app en de afstandsbediening, maken dit een naadloos geheel dat aanvoelt als één muzieksysteem – niet een collectie audioapparaten.

T+A A 200 | 3.999 euro | beoordeling 4.5 / 5
T+A M 200 | 3.900 euro | beoordeling 4 /  5
T+A MP 200 | 4.464 euro | beoordeling 4,5 / 5
T+A DAC 200 | 5.582 euro | beoordeling 4.75 / 5
Website: www.ta-hifi.de

MERK

EDITORS' CHOICE